top of page

Dag 5 – Van El Pont de Suert naar Aínsa: natuur, omwegen en bijzondere ontmoetingen

21 april 2026


Vandaag belooft opnieuw een zware dag te worden: zo’n 80 kilometer op het programma. Vanuit El Pont de Suert trekken we westwaarts, met als doel om binnen enkele dagen via de Somportpas de Pyreneeën opnieuw over te steken richting Frankrijk. Uiteindelijk willen we zo St-Jean-Pied-de-Port bereiken, voor velen het echte beginpunt van de Camino Francés.

We ontbijten bij Concha in onze gezellige B&B. Bruno blijft nog even napraten, terwijl ik snel naar de bank ga om geld af te halen. Ik moet haar nog de toegangstickets voor de kerken van de Vall de Boí terugbetalen – liefst cash, zoals de gemeente het vraagt. Daarna wandel ik nog even langs de moderne kerk van het stadje. Ze heeft iets neogotisch, maar persoonlijk vind ik het niet echt geslaagd. Smaken verschillen.


Pont de Suert: Bruno met Concha, ons vertrek en de natuur in de buurt


Bij het afscheid waarschuwt Concha ons dat onze geplande route door de bergen sinds enkele dagen volledig versperd is. Geen probleem: binnen tien minuten heeft Bruno een alternatief uitgewerkt. We trekken richting Castejón de Sos, wat betekent dat we twee extra cols moeten overwinnen – één van bijna 1100 meter en een tweede van bijna 1500 meter.

Het weer zit gelukkig mee en de secundaire weg die we volgen is zo goed als verkeersvrij. We fietsen in alle rust door een indrukwekkend landschap, met prachtige vergezichten op de Pyreneeën.

Rond de middag bereiken we Castejón de Sos, na zo’n 45 kilometer. Tijd voor een welverdiende pauze. We eten de rest van ons brood en de proviand van gisteren, inclusief de heerlijke blauwader-geitenkaas die we in Taüll kochten bij de oude dame. Een echte traktatie.


Genietend van onze lunch en rijdend door de Congosto de Ventimillo


Na de lunch zetten we onze tocht verder via Campo richting Aínsa, nog zo’n 50 kilometer verder. Al snel komen we terecht in de Congosto de Ventamillo, een indrukwekkende canyon die we meer dan 15 kilometer volgen. De weg slingert diep tussen de rotswanden, vlak boven de wildstromende rivier de Ésera. Het is moeilijk te beschrijven hoe groots en mooi dit landschap is – hopelijk geven de foto’s een beetje weer wat wij ervaren hebben.

Aan het einde van de canyon valt ons oog op een oude waterkrachtcentrale, met een bijgebouw waarop in grote letters “El Siglo XX” staat. Bruno wil even stoppen – misschien hebben ze daar stickers voor op zijn fiets. Sommigen verzamelen tatoeages, Bruno verzamelt stickers… en plakt ze ook op mijn fiets.


De Congosto de Ventamillo


Wat volgt, is een onverwachte en bijzondere ontmoeting.

In het gebouw ontmoeten we Renaud en Delphine, een broer en zus van Belgische afkomst, met roots in de streek van de Kemmelberg bij Ieper. Renaud woont in het oude bijgebouw van de centrale en heeft zich grotendeels teruggetrokken uit de maatschappij. Hij noemt zichzelf anarchist en antikapitalist, maar blijkt vooral een warme en geëngageerde man.

Het gebouw waarin hij woont, was vroeger volledig vervallen en omgeven door een illegaal stort. In enkele jaren tijd heeft hij alles eigenhandig opgeruimd en gesorteerd. Vandaag heeft hij er een soort museum ingericht, vol voorwerpen uit de 20ste eeuw. Zijn grote passie? Oude motoren. Hij bezit er zo’n tachtig, voornamelijk Belgische merken die niet meer bestaan, zoals Saroléa.


Bruno met Renaud en Delphine en enkele van de motoren


Dat roept bij mij herinneringen op: eind jaren zestig had ik zelf een Saroléa, gekocht door mijn vader. Het gesprek wordt al snel persoonlijk en levendig.

Renaud werkt vaak volgens een ruilsysteem: hij helpt mensen en krijgt in ruil groenten, fruit of andere zaken. Een andere manier van leven, maar duidelijk één die hem gelukkig maakt.

Ook Delphine deelt haar verhaal. Wanneer ze de stickers van het Rinus Pinifonds op mijn fiets ziet, vertelt ze dat ze zelf een kindje verloren heeft. Een zwaar moment dat diepe indruk nalaat. We praten een tijd samen – open, eerlijk en menselijk.


Bruno kleeft stickers op zijn fiets, de indrukwekkende natuur


Na een klein uur nemen we afscheid. Het zijn ontmoetingen zoals deze die een tocht als deze extra betekenis geven.

Daarna moeten we nog verder. Eerst 15 kilometer tot aan de voet van een laatste stevige klim van 5 kilometer op de N260, gevolgd door een lange afdaling van opnieuw 15 kilometer richting Aínsa.


Na wat rust op de kamer trekken we nog het stadje in om iets te eten. Nu is het 23 uur en zit mijn dag erop – inclusief dit verslag.

Morgen trekken we verder westwaarts, richting Jaca.


Bruno aan de Congosto de Ventamillo



Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page