DAG 27 van ARZÚA naar SANTIAGO DE COMPOSTELA
- Magda Kirsch
- 16 mei
- 8 minuten om te lezen
DAG 27 - 13 mei 2026
De laatste dag begint, net zoals de vorige, vroeg met het schrijven van de blog van de dag ervoor. Om 8 uur ontbijten we gezellig met alle restjes brood, boter en marmelade, samen met een banaan en natuurlijk koffie en thee. Wij zijn blij, want vandaag schijnt de zon en bereiken we ons doel.
Vertrek uit Arzúa
Het stadje Arzúa is een echt lintdorp dat uit heel veel hostals en albergues bestaat. Er logeren dus heel veel pelgrims. Voor de fietsers is dit zeker hun laatste dag; voor de stappende pelgrims de laatste of voorlaatste. De moedigsten stappen in één dag door, anderen doen er twee dagen over.
Wij hebben beslist om deze laatste dag niet over de oude Camino te fietsen, maar de Europese fietsroute nummer 3 te volgen, zoals we gisteren al een stukje deden. Er zijn heel veel wandelaars op de oude Camino en met de fiets wordt het daardoor moeilijk.
Deze fietsroute loopt voor een stuk min of meer parallel met de Camino, maar toch vaak op enige afstand ervan. Het is er superrustig en bijzonder mooi, wat je van het laatste stuk rond de luchthaven van Santiago niet kunt zeggen.
De rustige weg langs fietsroute 3, opgebonden druivenranken
De hoge heuvels zijn verdwenen en we dalen geleidelijk tot ongeveer 200 à 300 meter hoogte. Er zijn veel boerderijen, kleine en grote, met honderden koeien. Op de hellingen staan ook veel druivenranken die hoog opgebonden zijn op een soort tafels, soms zo hoog dat je eronderdoor kunt rijden. Er zijn nog veel heuvels en ook al zijn ze niet zo hoog, toch moeten we nog heel wat trappen op onze laatste halve dag.
Het stadhuis van Touro en de streetart
Onderweg houden we halt in het stadje Touro om foto’s te nemen van twee mooie muurschilderingen, streetart: één van een Nederlandse fietsende Caminodame en een andere die de oude tradities van de streek benadrukt.
Aan het gemeentehuis (Casa do Concello in Galicië) hangt ook een spandoek over de gelijkheid van vrouwen. Bernadette wil altijd weten wat er gaande is als het over vrouwenrechten gaat. Daarom vraagt ze aan iemand waarvoor dat spandoek dient. Het blijkt te gaan over de Internationale Vrouwendag van 8 maart en over gelijke behandeling van vrouwen.
We stoppen ook enkele keren om een kerkje of een mooi landschap te fotograferen. Veel kerkjes lijken vanaf Portomarín sterk op elkaar, omdat ze allemaal hetzelfde soort torentje hebben: een espadaña, een barokke klokkengevel die men in de 17de eeuw aan de westkant moest bijbouwen.
Een kerkje met de typische klokketoren, de vogels op de app van Bernadette
Dat gebeurde in opdracht van Rome, als gevolg van de besluiten van het Concilie van Trente, die stelden dat de katholieke kunst moest benadrukken hoe uniek de katholieke kerk en leer wel waren.
Nog één keer houden we ook een vogel-luistersessie waarbij we luisteren naar de zang van een tiental vogels. Op het scherm van de telefoon zie je dan de foto van de vogel en zijn naam: echt boeiend. Bernadette heeft ook een app voor bloemen en planten, maar daar is iets mis mee. Jammer, want het werken met zulke apps maakt de fietstocht nog interessanter.
In de verte de torens van de kathedraal en bij het binnenrijden van Santiago het beeld van Cervantes, pelgrims op het plein
We houden de tijd goed in de gaten om onze afspraak met Luc en Linda in De Wingerd niet te missen. Via deze fietsroute 3 komen we Santiago niet binnen langs de Camino Francés, maar volgen we op het einde de Via Ourense, die we vorig jaar vanuit Salamanca fietsten.
Bernadette ziet als eerste de torens van de kathedraal en wordt dus prompt uitgeroepen tot koningin van onze groep … van twee personen.
In het centrum van Santiago mag je in de smalle straatjes niet fietsen en moeten we met de fiets aan de hand verder. Zo bereiken we de Praza do Obradoiro — genoemd naar de middeleeuwse werkplaatsen van de ambachtslieden — voor de kathedraal van Santiago.

Dat is altijd een emotioneel moment voor alle pelgrims. We hebben het gehaald. Bernadette heeft 1000 kilometer gefietst voor het Rinus Pinifonds en ik heb er 1750 gedaan, waarvan de eerste 750 kilometer samen met mijn kleinzoon Bruno.
We omhelzen elkaar intens en allebei pinken we een traan van vreugde weg. En eindelijk schijnt de zon volop. De barokke gevel blijft indrukwekkend, met vooraan het beeld van Santiago en twee van zijn leerlingen. Aan de voorkant ligt een grote trap waarlangs toeristen jammer genoeg de kathedraal niet meer mogen binnengaan.
Achter deze façade gaat een romaanse kathedraal schuil, waaromheen men in de 17de eeuw aan drie zijden barokke gevels bouwde. In het eerste deel bevindt zich achter de barokke gevel binnenin de Pórtico da Gloria, de prachtige romaanse toegang met drie timpanen vol gepolychromeerde beelden.
Guido en Juliana, Lia en Dixie en Bernadette
Pelgrims vragen elkaar voortdurend om foto’s te nemen, met of zonder rugzak, met of zonder fiets. Wij vragen een Duits koppel, Guido en Juliana, om een foto van ons te maken nadat wij eerst een foto van hen maakten. Zij vragen uitleg over het Rinus-Pinifonds en kunnen gemakkelijk ons verdriet begrijpen , want zij hebben ook een sterrenkindje verloren.
Zij hebben de Via Portugués gelopen en daarvoor fietsen, zakken en helmen gehuurd. Dat werkte volgens hen zeer goed. Ze kunnen de fietsen hier gewoon op een adres afgeven zonder extra kosten.
Er zijn ook nog twee Canadese dames, Lia en Dixie uit Vancouver, van 65 en 70 jaar, die eveneens de Via Portugués hebben gelopen. Ze tonen veel interesse in het Rinus Pinifonds, want Dixie is verpleegkundige en weet wat verlies betekent.
De Via Portugués is de laatste jaren erg populair, omdat die langs de Portugese kust loopt en daarna afbuigt richting Santiago. Het weer is er meestal mooi, maar zij vertellen dat het dit jaar koud was en veel regende.
Pelgrims op het plein, Yves en Bernadette met hun fietsen, Yves drinkt op de goede afloop
Onze fietstocht op de Camino Francés was zwaar, met veel soms ijzige regen, hagel, sterke wind en lage temperaturen. We hadden bijna elke dag zeven lagen kleren aan: handschoenen, een sjaal en oorverwarmers.
We zijn enkele keren volledig uitgeregend geweest; alles was nat, maar toch bleven we genieten. De Spaanse warmte was dus duidelijk afwezig, maar we beleefden prachtige momenten en ontmoetten super fijne mensen uit vele landen met wie we mooie gesprekken hadden.
Dat is een typisch element van de Camino: het ontmoeten van mensen die elk om hun eigen reden — of soms zonder duidelijke reden — de Camino stappen of fietsen.
Het was bijzonder fijn om samen met Bernadette en Ward op de Camino Francés te zijn en onderling ook mooie gesprekken te hebben. We hebben ook gedacht aan mensen die het moeilijk hadden en die we misschien konden steunen met een berichtje of een telefoongesprek, zoals ons tweede videogesprek met Luc Vanhille en zijn lieve vrouw Linda.
Luc zei niet veel, maar we zagen dat hij ervan genoot dat we het opnieuw hadden gehaald. Zijn ogen waren opgewekt en helder. Het was voor ons een mooi geschenk om bij onze aankomst ook even met hem te kunnen bellen. Natuurlijk belden we ook onze dierbaren op, die de anderen verwittigden, zodat we veel lieve berichtjes kregen.

De zijkant van de kathedraal
We bleven een klein uurtje op het plein voor de kathedraal en fietsten daarna naar Ward, die niet ver van het centrum hetzelfde appartementje had gehuurd als vorig jaar.
Hij had boodschappen gedaan en rond 13 uur konden we vrijwel onmiddellijk lunchen. Hij had drie lekkere grote slaatjes gekocht die we onder elkaar verdeelden zodat we van alles konden proeven. Daarnaast had hij als dessert een heerlijke kaastaart gekocht, die we grotendeels opeten. Ook een fles witte Rueda-wijn mocht niet ontbreken zodat we konden drinken op de succesvolle afloop van onze achttiendaagse fietstocht op de Camino Francés, van Saint-Jean-Pied-de-Port tot Santiago.
De rest van de namiddag moet ik alles klaarmaken voor morgen. Eerst nog dank aan Ward voor de superlekkere lunch. Bernadette checkt ook even of ik correct ingecheckt ben bij Ryanair voor morgenmiddag vanuit Madrid. Ook daarvoor dank.
Daarna vertrek ik zonder mijn batterijen en met een groot deel van mijn bagage naar het Don Bosco-hotel-hostal. Speciale dank aan Ward en Bernadette dat ze een deel van de bagage willen meenemen; het vergemakkelijkt mijn reis morgen enorm. Ik heb alleen nog het strikte minimum bij om één nacht te slapen.
Het wordt stevig trappen met de zware fiets zonder batterij, want Santiago is een zeer heuvelachtige stad. Het inchecken van de fiets, die teruggebracht zal worden door het Nederlandse bedrijf Camino Transport, verloopt opnieuw zeer vlot, net zoals de vorige jaren. Toch ben ik daar weer bijna een uur mee bezig.
Een van de torens van de kathedraal, de fiets is ingecheckt, mijn slaapzaal
Daarna moet ik naar het station om een ticket te kopen voor de TGV van morgenvroeg om 5.47 uur naar Madrid, en dat neemt opnieuw anderhalf uur in beslag. Overal aanschuiven kost tijd. Maar voor 41 euro heb ik een ticket en om 9.15 uur ben ik dan in Madrid.
De laatste activiteit van deze dag is naar hostal Estación Santiago de Compostela gaan om in te checken. Magda heeft daar een cama, een bed, voor mij gereserveerd in een dormitorio of groepsslaapkamer voor 30 euro; Santiago is superduur.
Mijn bed staat in een slaapzaal met slechts twintig mensen; in Portomarín waren het er tweehonderd, dus ik ben zeker tevreden.
Ondertussen is het al 18 uur geworden. Ik loop nog even terug naar het station om te controleren waar ik morgenvroeg precies moet zijn, want je moet minstens 45 minuten op voorhand inchecken voor de TGV; de bagage wordt immers gecontroleerd.
Op de terugweg koop ik gewoon twee biertjes, want ik heb de rest van het brood en het beleg van gisteren nog bij. Dat wordt mijn laatste avondmaal in Spanje.
Bernadette bij km 0, en terwijl ze in de kerk een kaarsje brandt voor Rientje en allen die ziek zijn en die we missen
Ondertussen zijn Ward en Bernadette nog even aan het rondwandelen in het centrum van Santiago om onder andere haar diploma op basis van haar credential te bemachtigen. Ze krijgt de speciale stempel van Santiago de Compostela en het diploma van de Camino Francés; ze heeft dat dik verdiend: BRAVISSIMO!
Ze probeert ook voor mij een diploma te krijgen, maar dat kan niet; de pelgrim moet zijn diploma persoonlijk en in levende lijve afhalen. Ik krijg alleen een stempel van Santiago de Compostela in mijn boekje. Dat vind ik niet erg, want ik heb thuis al enkele diploma’s hangen.
De hoofdbedoeling blijft natuurlijk de Camino Francés fietsen of stappen, en dat is ons gelukt. Het waren super fijne achttien dagen samen met Bernadette en Ward, en daarvoor nog tien dagen met Bruno. We hebben er alle vier van genoten.
Om 20 uur lig ik in bed, want de nacht wordt kort en ik moet fris zijn. Morgenvroeg vertrekken Ward en Bernadette met de wagen richting Rotselaar; onderweg overnachten ze nog in Bordeaux. Een veilige reis gewenst, en dank voor alles.
Terwijl ik in bed lig, denk ik terug aan ons Rientje, die we vijf jaar geleden moesten afstaan. Alleen al het feit dat ik dat moet schrijven doet pijn en geeft me een krop in de keel.
Rientje is deze vijfde pelgrimstocht elke dag bij mij geweest, want ik heb zijn engeltje met zijn as elk jaar meegenomen op de fiets. Iedere dag geef ik hem een kus. Soms toon ik hem aan andere pelgrims.

Als ik onderweg over hem en over zijn fonds uitleg moet geven aan andere pelgrims, geraak ik soms niet uit mijn woorden en begin ik te wenen. Dan nemen Bernadette, Bruno of Floris — mijn medereizigers — het van mij over om uit te leggen wat het Rinus Pinifonds is. Ze doen dat schitterend en ik ben hen daar zeer dankbaar voor.
Sommigen denken misschien: waarom weent die oude man nog altijd, vijf jaar na het overlijden van zijn kleinzoontje? Is dat verdriet niet voorbij? Heeft hij dat verlies niet verwerkt? Neen. Ik kan dat nog altijd niet verwerken en hoop het misschien zelfs nooit volledig te verwerken.
Ik heb met mijn Rientje toch enkele mooie jaren in Leuven rondgefietst met mijn bakfiets en ik voel nog altijd alsof hij erin zit en tegen mij zegt: “Opi, wat is dat fijn!”
Al vijf jaar stap ik opnieuw op de fiets met Rientje om te fietsen voor ons Rinus-Pinifonds. En ik hoop als tachtigjarige nog enkele jaren verder te kunnen doen, als mijn compagnons de route — Bruno, Bernadette, Floris of misschien nog anderen — met ons mee willen.
Dank u, dank u, dank u aan allen die in ons blijven geloven en het Rinus Pinifonds blijven steunen.


























































Opmerkingen