DAG 26 van PORTOMARÍN naar ARZÚA
- Magda Kirsch
- 15 mei
- 6 minuten om te lezen
DAG 26 - 12 mei 2026
Om 6 uur ben ik aan het typen en rondom mij is het al druk, want pelgrims pakken hun spullen en vertrekken voor dag en dauw naar de volgende halte, alleen of in kleine groepjes. Sommigen verzorgen nog hun voeten of die van hun metgezellen. Vanaf 7 uur kunnen ze aanschuiven voor een ontbijt van 3 euro: ofwel een tostada, een snee brood met confituur en boter, of een chocoladebroodje of wat cereals, plus koffie, thee of fruitsap.
Ik werk door tot 8.15 uur en vertrek dan met de fiets naar de hostal van Bernadette, waar we samen zullen ontbijten. In het hostal wordt al flink gewerkt om de volgende pelgrims te ontvangen. Om 9.30 uur zijn we de deur uit en rijden we richting Arzúa langs een rustige weg.
Het hostal van Bernadette, waar al vlijtig wordt gewassen, en weer op weg
Het landschap is ongeveer hetzelfde als de voorbije twee dagen: veel glooiende heuvels met sparrenbomen, maar ook eiken en eucalyptussen. Deze laatste herken je aan de bast die zeer gemakkelijk van de stam afschilfert. Deze boom wordt veel aangeplant omdat hij snel groeit. Hij is echter heel ontvlambaar en is al vaak de oorzaak geweest van grote branden.

Mooie eucalyptusbomen
Je vindt hier ook geregeld weiden met vooral koeien. Daarnaast zie je heel wat maïsvelden en hooivelden. Zowel maïs als hooi hebben de boeren nodig om hun vee te voederen.
De oude huizen en boerderijen zijn vaak gebouwd uit zwaar grijs graniet, wat heel mooi is. Deze steen helpt de huizen in de zomer koel en fris te houden aan de binnenkant. Graniet slorpt overdag veel warmte op, maar de blokken steen zijn vaak zo dik dat de buitenkant warm wordt terwijl de binnenkant koud blijft. Zo kan je op een frisse zomeravond met je rug tegen de muur leunen en de warmte uit het graniet voelen komen.
In de winter is graniet echter koud en moet er veel gestookt worden. Er wordt hier nog vaak met hout gestookt. Voor of naast bijna elk huis liggen stapels brandhout klaar voor de volgende winter.
Een horreo , schuur op poten,en het landschap onderweg; een lichte vrachtwagen die de rugzakken naar de volgende halte brengt
Sommige van die oude huizen, maar ook kerken en kapellen, hebben mooie versieringen bovenop: torentjes of sierlijke schoorstenen. De oude huizen van belangrijke mensen hebben vaak een granieten wapenschild op de voorgevel.
Bij de meeste oude boerderijen staan ook van die oude schuren of hórreo’s, waarin vroeger de maïs werd bewaard. De zijkanten bestaan uit bakstenen met vele ronde openingen of uit houten latjes met spleten waardoor de wind kan blazen en de maïskolven verlucht worden. Dankzij dat systeem kunnen ze niet rotten.
De schuren zijn rechthoekig van vorm met een dakje erop. Ze staan op hoge poten zodat muizen en ratten er moeilijk in kunnen kruipen om de maïs op te eten. Sommige van deze oude schuren staan tegenwoordig te koop. Mensen kopen ze op, breken ze af en bouwen ze opnieuw op in hun tuin.
Wilma uit Nederland en John en Zeb uit Beieren
We fietsen door een golvend landschap vol schilderachtige kerkjes, groene heuvels en kleine dorpen. Onderweg opnieuw mooie ontmoetingen. Wilma uit Eindhoven (65) is al bijna twee maanden alleen onderweg als persoonlijke uitdaging. Ze werkte jarenlang in een palliatieve hospice en leeft oprecht met iedereen mee die ze ontmoet.Ook ontmoeten we John en Zep (68) uit Beieren. Zij vertrokken al in 2001 aan de Tsjechische grens en hopen nu, na bijna 25 jaar etappes verzamelen, eindelijk Santiago te bereiken. Zulke verhalen geven de Camino telkens weer een bijzondere diepgang.
.
Pelgrims in de regen, drie zussen die in de USA, Canada en Zuid-Afrika leven onderweg met enkele dochters samen onderweg
Al snel begint het weer hard te regenen, maar we moeten erdoor. We zien een groep van vijf vrouwen met parapluutjes op hun hoofd: drie zussen waarvan één in Canada, één in Zuid-Afrika en een in de Verenigde Staten. Zij stappen samen op de camino met nog twee dochters : intergenerational hiking !
Als het te hard regent, beperk je de bezoeken, ook al zou je ergens kunnen schuilen. Maar het schuilen moet beperkt blijven in de tijd, want anders geraken we achter op ons schema en dat mag niet, zeker niet zo dicht bij ons einddoel. Toch stoppen we in een klein cafeetje. Ik hou ervan het dagelijkse leven van de lokale mensen mee te maken. Ze hebben meestal wel tijd voor een praatje. Dat is ook een goede oefening voor Bernadette, die binnen enkele weken haar examen Spaans heeft aan het CLT. Een man zit aan de toog en drinkt een koffie met iets aquavitachtigs erbij; “iets van meer dan 40 graden”, zegt hij. De locals hebben altijd veel aandacht voor onze fietsen, zeker voor mijn zware bakfiets van 42 kilo.
Kerkje van Leboreiro, (l en m) en kerkje van Cabaledo (r) met typische barokke torentjes uit 17d eeuw
We stoppen even aan het kerkje van Leboreiro. In het Liber Sancti Iacobi wordt melding gemaakt van deze plek onder de naam campus levularius, als verwijzing naar een streek met veel hazen. Vandaar de naam Leboreiro, waarin men het Franse lièvre herkent.
Boven op de gevel van het kerkje staat een sierlijke barokke espadaña, een klokgevel met één klok. De westgevel heeft een ingangsportaal met spitsbogige archivolten en mooie abstracte versieringen. In het timpaan ziet men een grote granieten Maria, de Virgen de las Nieves, tussen twee engelen. Het timpaan rust op twee mooie figuratieve consoles, waarschijnlijk eveneens engelen.
Daarna rijden we door naar Furelos, met de oude middeleeuwse brug en het kerkje van San Xoán de Furelos, net voor Melide. Het kerkje aan de prachtige middeleeuwse brug is gesloten. Dat spijt me, want ik had Bernadette graag het beeld getoond van Christus wiens rechterarm naar beneden hangt. Volgens een legende maakte Christus zelf zijn arm los om een pelgrim in nood te helpen. Misschien is de boodschap wel dat alle pelgrims elkaar moeten helpen. De meeste doen dat ook.
We rijden verder door naar Melide. Het heeft weinig zin om daar de kerken te bezoeken, want het regent hard en veel kerken zijn nog gesloten omdat we nog niet in het hoogseizoen zitten. We zien in de verte de San Pedrokerk en boven op de heuvel de 18de-eeuwse Capilla del Carmen, waar vroeger het kasteel stond. Er staat een mooi granieten Mariabeeld in een nis boven de westelijke deur.

We rijden verder en volgen opnieuw de Camino. Onmiddellijk buiten Melide bereiken we de Santa Mariakerk, een juweeltje van de romaanse kunst. Een prachtig westportaal en een bijzonder mooi zuidportaal maken dit kerkje uniek. Ook de ligging, met enkele cipressen erbij — symbolen van dood en verrijzenis op de plaats van het vroegere kerkhof — maakt het geheel mooi en rustgevend. Binnen zijn er prachtige fresco’s die ik enkele jaren geleden zag; nu is het kerkje helaas gesloten. Vanaf dit punt wordt het zeer druk op de oude Camino en we beslissen die niet verder te volgen, omdat we anders moeilijk tussen de pelgrims kunnen fietsen, zeker in deze regen. We kiezen daarom voor de Europese fietsroute 3 naar Arzúa, die niet ver van de Camino loopt en ons na 22 kilometer door een mooi glooiend landschap en langs een nieuw stuk autosnelweg — dat nog niet open is — naar Arzúa brengt. Die nieuwe autosnelweg is echt nodig, want fietsen op de nationale weg tussen zware vrachtwagens is levensgevaarlijk. Wij hebben gelukkig veel van de oude Camino kunnen volgen.
Rond 14 uur zijn we in Arzúa. We vinden makkelijk ons verblijf: een gezellig appartementje met twee kamers en alles erop en eraan. De chauffage staat aan en we kunnen opnieuw onze natte kleren drogen. Het blijft maar regenen en daarom blijven we binnen tot 18 uur, wanneer het eindelijk wat stopt. We brengen geen bezoek meer aan het kerkje, of eerder de kapel, van Santa Magdalena, want we zijn te moe. We gaan nog even buiten en komen ook in dit stadje toevallig opnieuw onze Braziliaanse vriend Guilherme tegen: een gelukkig toeval. Daarna gaan we in de supermercado Dia alles kopen voor een lekkere omelet en een fles witte Rueda-wijn. We laten het ons smaken.

Om 20.30 uur lig ik in bed, maar ik lees nog wat en zoek nog enkele zaken op. Magda belt om ons te verwittigen dat we morgen rond 12.40 uur met Luc in De Wingerd kunnen proberen te bellen om onze aankomst in Santiago mee te delen. We kijken ernaar uit hem weer te zien en met hem te kunnen praten.


































Opmerkingen