Dag 24 – van Ponferrada over Villafranca del Bierzo naar O Cebreiro en Fonfría
- Magda Kirsch
- 13 mei
- 8 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 15 mei
Dag 24 – 10 mei 2026
Het eerste wat we doen vóór het ontbijt, is buiten kijken, en het regent niet. Het is dreigend grijs en wat winderig, maar geen regen, zoals Bernadette had voorspeld dankzij ChatGPT, die ze om raad had gevraagd. Om 8.30 uur zijn we klaar en vertrekken we vanuit Hostal San Miguel na een echt Spaans ontbijt van twee tostada’s, mantequilla (boter), marmelada en een grote café con leche voor mij en voor Bernadette altijd een thee van Rioja of rood fruit met allerlei bessen erin. We vragen nog eens hetzelfde bij en betalen voor vier ontbijten 16 euro, maar we hebben toch lekker gegeten.
We stoppen nog even aan een panadería en dan zitten we op de baan die grotendeels de pelgrimsroute volgt en naar onze eerste halte leidt: Cacabelos. Er zijn al wat pelgrims op stap, sommigen met hun zware rugzak, anderen zonder, want zij laten die tegen betaling ophalen door een speciale vervoerdienst voor mochilas (rugzakken). Die worden netjes afgegeven aan het volgende hotel- of hostaladres.
We rijden Cacabelos even binnen in de hoop dat het kerkje open is, want ik wil aan Bernadette enkele schoolvoorbeelden tonen van Maria-voorstellingen die daar naast elkaar in het koor staan: een piëta, Maria met de dode Jezus op haar schoot, Maria in het zwart gekleed met stralen rond haar hoofd en zeven dolken rond haar hart, Maria van Smarten enzovoort. Maar de kerk is nog dicht… op een zondagmorgen.
Cacabelos: de huizen, de kerk en het gesloten domein met houten pelgrimshuisjes
Bij het verlaten van het stadje zien we nog de Iglesia de San Juan Bautista langs de oude Camino, waar men rond de kerk een dertigtal houten huisjes heeft gebouwd waarin telkens twee personen kunnen logeren, met gemeenschappelijke douches, wasplaatsen en toiletten. Opmerkelijk hoe men pelgrims probeert te herbergen. De hekken zijn op slot en we mogen niet binnen. Om 9 uur moet iedereen weg zijn zodat men kan poetsen en de volgende gasten mogen pas vanaf 13 uur binnen. Toch wil de poetsende dame ons een stempel geven voor onze credential, ons pelgrimsboekje.
Daarna rijden we verder naar Villafranca del Bierzo. Samen met de pelgrims verlaten we de hoofdweg en volgen we de Camino de heuvels in omdat we langs de Santiagokerk met de Puerta del Perdón willen aankomen. Het eerste deel bestaat uit veel rotsen en losse stenen, dus oppassen voor de banden, ook al zijn het Schwalbe-banden met vijf lagen versterkt rubber. Soms is het glad omdat de bruine leemgrond op sommige plaatsen papperig is, maar in de heuvels is het echt mooi en bijzonder rustig. Een paar eenzame mediterrane pijnbomen bij een huisje vormen een prachtig beeld voor een foto.
Villafranca del Bierzo: de pijnbomen,de Santiagokerk met de Puerta del Perdón
We zijn weldra omgeven door wijngaarden, want we bevinden ons in de Bierzo-wijnstreek.
Na een tiental kilometer bereiken we de Puerta del Perdón van de Santiagokerk links van ons.
We zien het stadje van de Fransen, Villafranca del Bierzo, liggen. Op de volgende heuvel ligt de San Franciscokerk met haar twee torens en ramen gevuld met albast, dat van ver wit lijkt. Albast is harder dan glas en beter bestand tegen de sterke wind die hier kan waaien.
Nog verder zien we de torens van de Colegiata de Santa María in het centrum van het stadje. “Colegiata” betekent dat de kerk een college van kanunniken heeft: priesters die samenleven in gemeenschap, meestal volgens de regel van de heilige Augustinus uit de vierde eeuw. Een kerk werd tot collegiata verheven door een officiële erkenning van de paus en is belangrijker dan een gewone kerk, maar minder belangrijk dan een kathedraal, waar een bisschop zetelt op de cathedra. Een basiliek heeft dan weer altijd een bijzondere band met Rome. Dat kan je zien aan het kleine geel-rode baldakijntje dat in de kerk hangt aan één kant van het koor, en aan het belletje aan de andere kant.
Villafranca del Bierzo: de wijngaarden, de San Franciscokerk en de Colegiata de Santa María
Terug naar de Santiagokerk en de Puerta del Perdón. Een romaanse kerk uit de twaalfde eeuw: zeer sober aan de buitenkant, met dikke muren, kleine openingen en prachtige okerkleurige, roodbruine stenen muren. Aan de ramen zie je kleine zuiltjes en romaanse dambordmotieven. Binnenin bestaat de kerk uit één grote ruimte, maar ook zij is op slot. Wat zijn die Spanjaarden toch toerist- of pelgrim-minded!
Aan de noordkant van de kerk, waar de Camino voorbijloopt, bevindt zich de Puerta del Perdón: een mooie gotische boog met verschillende archivolten die rusten op kleine zuilen. Boven op de zuilen staan kapitelen, waarvan die dichtst bij de kerk griffioenen voorstellen: fabelachtige vogels die de ingang van de kerk tegen het kwaad moeten beschermen. Op het tweede kapiteel links liggen de drie koningen al eeuwenlang rustig te slapen.
Deze Puerta del Perdón, de deur van de vergiffenis, ligt speciaal aan de straatkant zodat elke pelgrim ze zou zien. Aan de westkant, de eigenlijke ingang, bevindt zich slechts een kleine deur zonder versiering. De deur van de vergiffenis werd enkel geopend tijdens een heilig jaar in Santiago, wanneer de feestdag van Sint-Jacobus op 25 juli viel. Pelgrims die onderweg naar Santiago te ziek waren om nog verder te gaan, konden dan door die deur naar buiten stappen en verdienden evenveel aflaten als de pelgrims die door de heilige deur van de kathedraal van Santiago gingen. Ze moesten wel aan alle kerkelijke voorwaarden voldoen: gedoopt zijn, gebiecht hebben, ter communie zijn gegaan en deelnemen aan de heilige mis. Vandaag zouden er wellicht nog maar weinig mensen door die deur geraken, denk ik.
Villafranca del Bierzo: het kasteel, San Nicolás en de fontein nabij de Santa Mariakerk
Na een wandeling rond de kerk fietsen we verder naar het kasteel boven op een heuvel met zware ronde hoektorens. Daarna gaat het steil naar beneden richting het centrum van de stad, dat nog lijkt te slapen, want alles is dicht. We stappen ook even binnen in de Iglesia de San Nicolás, vroeger een klooster, later een jezuïetenschool en nu een hostal met gezellige kamers waar ik al eens geslapen heb.
Tenslotte rijden we naar de Colegiata Santa María, een mooie grote kerk in grijze steen die we kort bezoeken. Aan beide kanten ligt een groen park met fonteinen die in de zomer voor verkoeling zorgen voor de pelgrims. We rijden ook door de straat van de rijke handelaars uit vorige eeuwen, die prachtige huizen bouwden met hun wapenschilden in de gevels gebeeldhouwd.
Nog even iets eten, het landschap naar O Cebreiro, en dan de top
Na dit bezoek rijden we richting O Cebreiro, een hoofddoel voor elke pelgrim, want daar bereikt men Galicië langs de 1300 meter hoge Puerto de O Cebreiro, in het Cantabrisch gebergte van Os Ancares. We verlaten de stad langs een rivier en rijden daarna door een tunnel om vervolgens een hele tijd in de vallei van de Valcarce te fietsen, onder meer langs Vega de Valcarce.
Onderweg passeren we enkele kleine dorpjes en in één daarvan stoppen we voor koffie of thee en twee bananen. Ter hoogte van Vega de Valcarce begint de weg echt te stijgen. In Las Herrerías slaan de pelgrims linksaf, terwijl wij met de fiets verder rechtdoor rijden over de LU-633 naar Pedrafita do Cebreiro, want de oude Camino is voor fietsers eigenlijk te moeilijk. Je moet er vaak je fiets duwen en hindert zo andere pelgrims.
Het wordt een lange en zware klim tot 1300 meter. Een paar keer stoppen we om van het prachtige berglandschap te genieten, met zelfs af en toe een beetje zon.
O Cebreiro: de kerk en het dorp
In Pedrafita slaan we linksaf en blijven we de LU-633 volgen tot aan O Cebreiro. Daarmee zijn we officieel Galicië binnengereden. Weer pech: de kerk is dicht, op een zondag, terwijl er veel toeristen en pelgrims zijn. Bernadette kan dus niet het verhaal lezen van het mirakel waarbij hostie en wijn veranderden in het lichaam en bloed van Christus om een priester te straffen die spotte met een boer die in de winter trouw naar de mis kwam. Gelukkig kunnen we wel foto’s maken van de kerk, de stenen huizen en de pallozas met hun strodaken.
We gaan een café binnen voor koffie of thee om toch een stempel voor ons boekje te bemachtigen en ons op te warmen, want het weer slaat om en het wordt een stuk frisser.
Van hieruit moeten we nog elf kilometer rijden naar onze Hostal Gallego in Fonfría, pal langs de Camino de Santiago. Eerst moeten we echter nog de Alto do Poio over, met een col van 1335 meter: een tweede grote inspanning vandaag, met opnieuw een stevige klim.
Het beeld van Sint Rochus, de Alto do Poio en Sofie
Vlak voor de Alto do Poio bereiken we op een lagere top een groot standbeeld van Sint-Rochus, bekend als beschermer van pelgrims en ook aangeroepen tegen hondsdolheid. Bij dit beeld ontmoet ik Sofie, een vijftiger uit Frankrijk, op een zwaarbeladen koersfiets. Als maatschappelijk assistente werkt ze voor de staat in de Dordogne, waar ze families begeleidt met allerlei problemen. Ze houdt ervan geregeld enkele dagen vakantie te nemen en trekt dan altijd met de fiets op pad om te ontspannen.
Ondertussen is het 14.45 uur geworden en juist dan begint het opnieuw te regenen. We zijn moe van het zware fietsen en de lange beklimmingen, maar we moeten verder. Gelukkig is het niet ver meer.
Rond 15.15 uur bereiken we onze Hostal Gallego, waar ik in 2022 al verbleef met Magda, Ann, Solé en vier kleinkinderen, enkel de jongens. Toen was het gloednieuw en ook nu worden we bijzonder vriendelijk en gastvrij ontvangen. We kunnen eerst even uitrusten voor we onze gezellige kamers betrekken. Er is een aparte fietsenstalling met plaats om de fietsen schoon te maken en voldoende stopcontacten om onze batterijen op te laden.
De dame die de albergue runt heet Modesta. Ze doet alles helemaal alleen en krijgt enkel ’s morgens hulp van twee poetsvrouwen voor het schoonmaken van de tien kamers met twee of drie bedden. ’s Avonds kookt ze een gemeenschappelijke maaltijd waarvoor je kunt inschrijven: 20 euro, wijn inbegrepen. Het ontbijt kost 10 euro. De kamers kosten 65 euro voor twee personen. Aan de dure kant, maar voor één nacht op een tocht van dertig dagen is dat best in orde.
Hostal Casa Gallego, Modesta en samen aan tafel
We hebben nog niet geluncht en mogen van Modesta zonder probleem ons brood met beleg opeten in de ruime eetzaal met uitzicht op de Cantabrische heuvels. Zelfs in de regen blijft dat een uniek zicht. Onze lunch duurt wat langer omdat een vriendelijke Amerikaanse dame, Cindy Knowles, bij ons aan tafel komt zitten. Ze reist alleen te voet van Burgos naar Santiago. Ze komt uit Atlanta en is hier onder meer om spirituele redenen en omdat alles zo goed georganiseerd is voor pelgrims.
Daarna gaan we toch even rusten en kan ik aan mijn volgende blogtekst beginnen.
Het avondmaal is gezamenlijk om 19 uur en daarvoor moeten we ons inschrijven. Aan tafel zitten onder meer Guilherme, een Braziliaan uit het zuiden van het land die ook van Burgos naar Santiago fietst, twee Amerikanen — Mike en Therese — een Japanse, een Duitser en een Française. Het wordt een gezellige en lekkere maaltijd: groentesoep, zeer zachte schenkel met frietjes en een vers slaatje, gevolgd door Santiago-taart als dessert. Op tafel staan zes flessen rode wijn van de streek, inbegrepen in de prijs.
Rond 21.30 uur ga ik naar mijn kamer, want ik ben moe. Ik controleer nog even of onze batterijen goed aan het opladen zijn, en dat blijkt gelukkig zo te zijn.
Morgen gaat het verder over Triacastela, het klooster van Monasterio de Samos, het stadje Sarria en daarna naar Portomarín. We naderen elke dag meer en meer Santiago. Na vandaag nog drie dagen en dan zijn we thuis bij onze Santiago.
We hopen op droog weer, maar deze nacht heeft het hard geregend en ook het weerbericht is niet zo positief. We zien wel. We hebben geen keuze: we moeten erdoor, met of zonder goesting. Zelfs met regen, want we zijn met twee en geven elkaar veel moed.





















































Opmerkingen