top of page

DAG 22 van LEÓN naar ASTORGA

Bijgewerkt op: 15 mei

DAG 22 - 8 mei 2026

Om 9 uur is ontbijt voorzien, maar alles wordt wat te laat klaargezet, dus er hangt wat nervositeit in de lucht. De avond ervoor nog een kort gesprek gehad met een lieve Canadees, Brian Garrett, een 65-jarige uit Vancouver. Hij is juist gepensioneerd en heeft beslist de Camino te stappen van León tot Santiago. Hij heeft een professioneel leven gehad in drie fases, waaronder 20 jaar als IT’er en 20 jaar in landscaping. Hij heeft een fijne relatie met zijn vrouwelijke partner maar geen kinderen. Zoals vele gepensioneerden die aangetrokken worden door een tocht naar Compostela, wil hij voor de nieuwe fase van zijn leven alles op een rijtje zetten en nadenken hoe hij de rest van zijn dagen het best kan invullen.


Tijdens ons gesprekje komt Mike de dormitorio binnen die morgenvroeg aan de Salvador Camino begint, en dit gedurende vier dagen. Dat is een korte Camino bekend voor zijn mooie natuur, zegt Mike. Vorig jaar heeft hij al de Camino Primitivo gedaan vanuit Oviedo en die is ook bekend voor weinig volk en veel prachtige natuur. De Camino Francés heeft zoveel kleine camino’s errond of erbij zodat iedereen zijn gading kan vinden.


Brian, Mike en Tania


Tijdens mijn ontbijt ontmoet ik ook Tania (of Tatiana zoals ze zelf zegt), een dertiger uit Rusland die eerst wat in Frankrijk woonde en naast Russisch en Engels ook vloeiend Frans en Spaans spreekt. Nu woont ze in Spanje en geeft ze onder andere privélessen talen. Ze is niet op stap op de Camino maar komt gezien haar interesses heel veel in contact met religieuze gebouwen. Haar grote interesse zijn oude fresco’s. Ze reist Europa af om overal de oude fresco’s te zien. Vandaag gaat ze San Isidoro bezoeken om er de “Capilla Sixtina van León” te zien en wil ze ook naar Jaca voor het museum naast de San Pedro-kathedraal met nog zo’n capilla sistina vol fresco’s. De fresco’s van de Vall de Boí-kerken heeft ze al in Barcelona gezien. Ik wens haar veel geluk met haar bezoeken aan fresco’s die me ook erg boeien.


San Marcos hospitaal en het beeld van een vermoeide pelgrim


We hebben om 10 uur afgesproken aan de flat van Ward en Bernadette op 450 meter van mijn hostal en ik ben er stipt om 9u59. Ward begint met de druk van de banden van mijn fiets na te kijken. Hij heeft een zware pomp mee in de wagen met drukmeter erop en dat is snel en prima gedaan. Logistieke steun is op alle vlakken belangrijk. We bedanken Ward voor zijn hulp en nemen afscheid van hem. We zien hem terug in Santiago binnen enkele dagen op 13 mei.


Vanaf dat ogenblik begint het te regenen. Eerst rijden we door de oude stad en dan over een brede boulevard naar het San Marcos-hospitaal aan de rand van León. Dat is nu een prachtige Parador, een luxehotel, maar vroeger werden er zieke en stervende pelgrims verzorgd. Er is een mooi pleintje voor aangelegd met een beeld van een vermoeide pelgrim. We gaan even in de kerk kijken die deel uitmaakt van het oude hospitaal en bewonderen vooral de voorgevel van het hospitaal.


Kerk van de Virgen del Camino met barok altaar en deel van het retabel


We rijden over de aanduidingen van de Camino en over de rivier naar de N-120 die ons eerst naar de moderne kerk van de Virgen del Camino zal brengen, een tiental kilometer verderop. Het is hard beginnen regenen en die regen zal ons de gehele dag blijven volgen en goed nat maken, maar we moeten erdoor. Het eerste stuk is niet zo makkelijk want er is veel zwaar verkeer dat veel water doet opspatten, maar al snel wordt de weg beter en vervoegen we de pelgrims op hun weg.


We stoppen aan de Virgen del Camino, een moderne kerk uit 1955, zeer strak en modernistisch, die op de voorgevel het Pinkstergebeuren uitbeeldt: Maria omgeven door de 12 bronzen apostelen met een vlammetje boven op hun hoofd. Binnen is één grote rechthoekige ruimte en aan de oostkant een barok altaar dat fijn maar sterk contrasteert met het moderne geheel. Er is stemmige muziek en we luisteren even stil. Achteraan steken we wat elektrische kaarsjes aan voor al onze geliefden en diegenen die we erg missen, zoals ons Rientje.

We denken ook speciaal aan Luc van UCLL met wie het minder en minder goed gaat en we denken speciaal aan Linda die moedig aan zijn zijde staat. Vlakbij in een kleine glazen kamer zit een dominicaan te bidden en wacht om vragen van pelgrims zo nodig te beantwoorden.


Kerk van Puente de Órbigo, de lange brug


De oude Camino loopt hier grotendeels langs de N-120 en we fietsen in de gutsende regen verder op weg naar Paso Honroso waar het Hospital de Órbigo ligt, waar ook een hospitaal stond van de hospitaalridders dat nu verdwenen is, en de Puente de Órbigo die aan de overkant begint.

We stoppen aan een baancafé om ons op te warmen met koffie en thee en Ward, die met de wagen op weg is naar Santiago, voegt zich bij ons. Na een tweede afscheid van Ward, met de afspraak om mekaar misschien nog eens te ontmoeten in Órbigo, vervolgen we onze oude Camino min of meer dicht bij of wat verder van de N-120, maar nog altijd in de felle regen.


Rond de middag bereiken we eerst de kerk aan het einde van de lange brug, de middeleeuwse Puente de Órbigo. Het is een mooie lange brug die toont hoe sterk de rivier ooit moet geweest zijn en duidelijk maakt dat er nu een irrigatiesysteem is dat in functie van de landbouw werkt en het water niet altijd de vrije loop laat. De brug staat bekend voor het middeleeuwse verhaal van een ridder die smoorverliefd was op een adellijke dame maar wiens avances werden genegeerd. Hij daagde alle ridders uit de buurt uit voor een duel met lange lansen te paard op de brug. Hij kon er wel 40 verslaan maar toch gaf zij niet toe. Dit verhaal leeft vandaag voort in de middeleeuwse steekspelen die hier elke zomer nog worden georganiseerd.


Ontmoeting met John Nascy aan de Puente de Órbigo


Ward is ondertussen terug bij ons en we ontmoeten bij het begin van de brug een Amerikaan die op zoek is naar zijn logies. Zijn telefoon is plat en hij vraagt of hij even met onze telefoon het adres kan nakijken, wat we graag doen. Hij is John Nascy, van Siciliaanse oorsprong, op stap op de Camino. Hij is van Upstate New York en heeft een groot deel van zijn leven gewerkt als attorney, een soort rechter aan de rechtbank in New York State. Hij is ook juist gepensioneerd en wil, zoals vele andere jubilados of gepensioneerden, even bekijken wat hij nu verder met zijn leven wil doen. Eén van zijn zonen vervoegt hem later en zijn vrouw zal aanwezig zijn als hij toekomt in Santiago. Een fijne man en een boeiend gesprek.


We fietsen de lange brug over en gaan bij het kerkje aan de andere kant op een bank zitten om te lunchen want het regent eventjes niet. Ward vertrekt onmiddellijk naar Santiago. De lunch wordt kort want de regen valt snel terug uit de lucht en wordt steeds harder. We rijden verder in de zware regen maar als er hevige donder en bliksem bijkomen besluiten we toch even halt te houden in een bushokje tot het mindert. Er is veel minder verkeer nu we ons al verwijderd hebben van León en Astorga naderen. We blijven op de oude Camino waar de meeste pelgrims zijn gaan schuilen of al aangekomen zijn in hun albergue.


Twee hongerige pelgrims


Het laatste stukje voor Astorga is sterk bergop en zo bereiken we rond 15u30 de flat die Magda voor ons heeft gereserveerd. We zijn doorweekt. Alles is nat; we hebben 6 à 7 lagen aan tegen de kou en de regen en echt alles, inbegrepen sokken en schoenen, is nat.

Op de info in de flat staat dat als we de verwarming willen verhogen we de eigenaar moeten bellen want die kan dat op afstand regelen. Bernadette belt en al snel begint alles op te warmen en kunnen we, tot onze vreugde en opwarming, alles beginnen te drogen.

Om 17u30 vertrekken we in de lichte regen naar het centrum van Astorga om er enerzijds de kathedraal te bezoeken en het oude stadsgedeelte, maar zeker ook het bisschoppelijk paleis dat Gaudí hier bouwde einde 19de en begin 20ste eeuw. Dit sprookjesachtige paleis in plaatselijke grijze graniet vermengt alle mogelijke stijlen tot een soort neogotiek.


Astorga: Bisschoppelijk paleis ontworpen door Gaudí


We zijn allebei gecharmeerd door de bouw en de afwerking binnenin van het geheel: sober en rijk en soms uitbundig zoals in de kapel. Het is nu uitgegroeid tot het Museum van de Caminos en staat vol prachtige beeldhouwwerken en schilderijen die allemaal gerelateerd zijn aan de Camino de Santiago.

Na een bezoek van meer dan een uur lopen we nog naar de kathedraal die vlakbij is. We bekijken vooral de buitenkant, in het bijzonder de westkant die een sterk staaltje is van barokke contrareformatiekunst die duidelijk wil stellen wat centraal staat in de leer van de katholieke kerk. We wandelen ook rond de kerk en bewonderen de mooie tuinen en de oude stadsmuren of murallas.

Het is bijna 20 uur en we zijn moe en nog wat nat of vochtig. Snel wat boodschappen doen in een Dia en we stappen terug naar onze flat voor een sober avondmaal: brood met Spaanse kaas, vlees of tonijn. Ik eet een blikje erwten met aioli, een soort mayo met veel look. Ik drink natuurlijk een pintje.


Astorga: de kathedraal


Het is ondertussen 21u30 en we trekken ons elk in onze kamer terug. Bernadette belt eerst nog eens met de baas voor wat meer verwarming en die zet terug de chauffage op want alles is nog niet droog.

We slapen gezellig warm want de chauffage blijft de hele nacht branden. We hopen voor morgen op beter weer maar weten van de weersberichten dat het terug zal regenen. We zien wel.

Morgen volgen we de oude Camino over Rabanal naar de Cruz de Ferro, een ijzeren kruis, een speciale plaats waar mensen hun “lasten” of “zorgen” komen neerleggen in de vorm van steentjes bij een kruis. Dat kruis staat aan de Puerto de Foncebadón op 1504 meter. Daarna moeten we 20 km afdalen naar ons einddoel Ponferrada met het kasteel.


Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page