top of page

Dag 20 van Sahagún tot León via San Miguel de Escalada

Dag 20 : 6 april 2026 - een fijna dag


Prima geslapen in het Hostal Dormero. Rustig opstaan, klaarmaken, een verstevigend ontbijt voor een redelijke prijs en we zijn de deur uit. Met dank aan de polyglotte baas die behulpzaam is in alles. Ilse, de Nederlandse van 65 jaar, blijft hier nog een dagje hangen om meer tijd te nemen voor de typische Mudéjarkerken. Bij het vertrek rijden we nog even tot aan de achterkant van de Mudéjar Trinidadkerk met stevige (versterkte) toren en een robuust uiterlijk. Het is nu het Oficio de Turismo maar ook tegelijkertijd de Albergue Municipal. Zo pikken gemeentes ook een beetje de voordelen van de Camino voor hun gemeentekas mee. We verlaten de stad langs de oude brug met een mooi Galicisch kruis waar we Catarina tegenkomen, een Portugese pelgrim maar die in Zwitserland woont. Ze is farmacologe en werkt in de farma-industrie. Ze gaat juist van bedrijf veranderen en profiteert ervan om naar Santiago te stappen om alles op een rijtje te zetten en gewoon te genieten van de kalmte en de rust die de Camino brengt.


De Trinidadkerk van Sahagun, een Gallicisch kruis, Bernadette en Catarina


Vandaag wordt het de zwaarste of langste rit van onze hele pelgrimstocht, maar gisteren was maar 60 km en overmorgen hebben we een rustdag/werkdag in León samen met Ward. Het gaat over Calzada de Coto, Bercianos del Real Camino naar El Burgo Ranero, Reliegos naar Mansilla de las Mulas. Daar zullen we zien of we nog fris genoeg zijn na de lunch om de extra kilometers te fietsen naar San Miguel la Escalada. Van daar kunnen we een andere weg nemen naar León. Het is heel fris, slechts 2 graden, wat koud is voor de tijd van het jaar, maar er is zon en een blauwe hemel en geen ijzige wind meer. Waarschijnlijk zal het vandaag niet regenen.


We letten niet op voorbij Calzada de Coto en rijden even verkeerd en voor we het weten zijn we in Gordalizo del Pino, waarschijnlijk aangetrokken door het deeltje Pino in die naam. We rijden dit dorpje binnen en zien vlakbij de Iglesia Nuestra Señora de Arbas, een echt romaans ME-kerkje van de 12de eeuw. De apsis achteraan is in zuivere Mudéjar-baksteenstijl mooi uitgewerkt met abstracte motieven waar de moslimbouwers zo sterk in waren. Het kerkje is niet open maar een dorpeling vertelt ons dat er een prachtig polychroom retabel staat uit het einde van de 16de eeuw, toegewijd aan de cyclus van de Passie en Glorie van Christus. Dat zie je op de foto van de parochiewebsite.


Gordalizo del Pino: Iglesia Nuestra Señora de Arbas, eerbetoon aan de dansende vrouwen, ooievaarsnest,


Vlakbij zien we nog een mooie muurschildering als hommage aan de vrouwen van het dorp die ervoor zorgen dat de lokale danstradities niet verloren gaan. We rijden het dorpje uit en proberen naar Bercianos del Camino door te rijden na die kleine omweg. Een beetje verder zit een ooievaar boven op zijn hoog gemaakte nest van kleine takken boven op een elektriciteitspaal. We stellen vast dat die structuur vol zit met andere kleine vogeltjes die aan- en afvliegen: een goed voorbeeld van co-housing tussen vogels. Onderweg stoppen we in het dorpje Las Grañeras, een piepklein dorpje dat zijn naam niet gestolen heeft midden de graanvelden. Er is een herberg en daar gaan we een koffie drinken. Maité, de bazin, geeft ons bij de koffie en thee twee gratis pinchos (pinxos), zoals Bernadette terecht laat opmerken. In deze streek spreken ze van pinchos en niet van tapas. Er komen twee jongere dames binnen en alle drie geven ze ons ruime informatie over de landbouw en de bevolking in deze eenzame streek.


Graneros: iets drinken met de locals, de graanvelden


Onder andere ook over de ontvolking want er wonen maximum 100 mensen. In de zomer zijn er meer dan 1000 mensen want dan komen de kinderen van de vroegere bewoners in de ouderlijke huizen van vroeger hun vakantie doorbrengen en van de rust, de kalmte en het lekkere eten genieten. Ze benadrukken dat we hier in de Páramo zijn, dat is een deel van de Meseta zoals de Tierra de Campos maar met een andere naam die zij belangrijk vinden.

Na dit fijn oponthoud rijden we verder langs nog een mooi Galicisch kruis met Jezus, Maria en Santiago en zo bereiken we El Burgo Ranero. We rijden langs het kerkje van de apostel Santiago met bovenop twee ooievaarsnesten. Vijf jaar terug kreeg ik van de oude pastoor hier een stempel maar de kerk is dicht en wie weet is er nog een pastoor. Vanaf hier zijn over wel 20 km jaren geleden platanen aangeplant (door de regio of de provincie!) om schaduw te geven aan de pelgrims en die wordt in de zomer zeer gewaardeerd. Tussen de pelgrims ontmoeten we Laurent die op stap is met zijn ezel Abiès die al zijn bagage draagt. Laurent woont in de buurt van Lourdes op 1000 meter hoogte in de Pyreneeën en is op stap met Abiès naar Santiago. Hij probeert in zijn tentje op een boerderij te slapen waar zijn ezel lekker vers gras kan eten. Het gras is het lekkerst in de lente, voegt hij eraan toe.


El Burgo Ranero: de kerk, een Gallicisch kruis en Laurent met zijn ezel


Als we hem later met zijn ezel bij de kathedraal Santa Maria la Regla ontmoeten zegt hij dat hij met haar zal proberen te slapen in een park waar gras is. Hij slaapt dan gewoon in een slaapzak op de grond. Een lieve hartelijke man die indruk maakt als je met hem praat. Een beetje verder ontmoeten we de Canadese pelgrim Luc uit Montréal die ook onder de bomen stapt. Hij is juist met pensioen en stapt voor de eerste keer op de Camino. Hij wil wat nadenken over zijn leven en heeft ook oog voor het spirituele in zijn leven. Hij heeft een melodieus Frans accent en schijnt echt van zijn pelgrimstocht te genieten.


Pelgrims wandelend in de schaduw, de Guardia Civil waakt over de pelgrims, beeld van de rustende pelgrims


Hier wordt vooral gestapt maar ook gefietst in een open Meseta-landschap met weinig huizen maar met grote eindeloze velden. Het is er nu gezellig fris/warm maar in de zomer kan het hier wel broeiend zijn. Je ziet de pelgrims toch mooi onder de bomen lopen. Vlakbij kruisen we ook de traag rijdende politiewagen van de speciale Guardia Civil die in het hoogseizoen van de pelgrims de Camino Francés in de gaten houden. Ze helpen echt in nood. Zo hebben ze mij vijf jaar geleden één keer aan de oprit van een autostrade gelukkig tegengehouden en teruggebracht naar de juiste weg.


Mansilla de las Mulas, pelgrims Stuart Murphy (r) en Duncan (l) uit UK onderweg en picknick


De hellingen in deze open vlaktes zijn beperkt en we bereiken rond 12 u 30 Mansilla de las Mulas waar aan de toegang tot de stad een mooi standbeeld staat van rustende pelgrims bij een kruis. De stad had door de eeuwen heen verschillende namen. Als eerste naam werd het SubLancia genoemd, afgeleid van de naam die oorspronkelijk gegeven moet zijn omdat een klein en verdreven Romeins kamp werd herbevolkt door Asturiërs. Het groeide uit tot een belangrijk knooppunt op deze handelsweg waar men onder andere lastdieren verving door verse dieren alvorens verder te trekken met een vracht goederen. Vandaar dat Mulas aan de naam werd toegevoegd, wat muilezels betekent. Het stadje werd in de 11de eeuw al omringd met een lemen verdedigingsmuur en een eeuw later werd er een echte stenen verdedigingsmuur rond de stad gebouwd met verschillende versterkte toegangen. Vandaag is nog een goed deel van de oude stadsmuren of murallas te zien. Er zijn ook verschillende interessante kerken zoals de Santiagokerk in het centrum van de stad maar ze zijn allen dicht op de middag.


San Miguel de Escalade


We hebben beslist om door te fietsen naar San Miguel de Escalada en dus een kleine omweg (in totaal 30 km) te maken om dit unieke kerkje, het oudste pre-romaanse/romaanse kerkje van Spanje, te bezoeken. Het is uit de 10de eeuw en ligt helemaal afgelegen maar toch makkelijk te bereiken over een kleine vlakke weg in een vruchtbare vallei. We lunchen onderweg vlakbij een weide met paarden te midden van prachtige natuur. We vrezen dat het kerkje gesloten zal zijn maar weten ook dat alleen al de buitenkant de moeite waard is. Onze verwachtingen worden ingelost in positieve en negatieve zin: het is gesloten en opent pas om 17 u 30 en zo lang kunnen we niet blijven. Positief is dat het ligt te blaken in de zon op de helling van een kleine heuvel. Het werd opgericht en gebouwd door een groepje monniken uit Córdoba in de 10de eeuw waar waarschijnlijk reeds een kerkje had gestaan ten tijde van de Visigoten rond de 6de eeuw. Het heeft aan de zuidkant een prachtige galerij met een twaalftal hoefijzerbogen. Het bestaat uit een zwaar kloostergebouw en daartegenaan een mooie driebeukige kerk met ook hoefijzerbogen binnenin. De ramen zijn in translucide albast, een soort marmer, en geven dus de indruk wit te zijn maar dit albast zorgt voor de unieke sfeer binnenin. De foto’s spreken voor zich.


San Miguel de Escalada, ontmoeting met Emma en Maurillo


Na een korte wandeling rond de kerk en juist voor ons vertrek ontmoeten we twee Spaanse toeristen, Emma en Maurilio, vijftigers uit de Canarische Eilanden. Hij is de voorbije jaren vijfmaal aan zijn rug geopereerd en kan eindelijk terug normaal stappen. Hun eerste uitstap is dit kerkje en León. Volgend jaar hopen ze op de Camino te stappen uit dankbaarheid voor zijn genezing. Daarna moeten we verder want er wachten ons nog 30 km op een secundaire weg tot León. Onderweg wil ik mijn batterij vervangen en ik stel vast dat het sleuteltje afgekraakt is in het slot. Al snel lossen we dat voorlopig op en rond 19 uur zijn we langs een moeilijke weg in León aangekomen.

Rond sommige grote steden is het echt moeilijk de oude stad te bereiken ofwel moet je langs heel druk verkeer rijden. We komen toe aan het appartementje dat Ward en Bernadette hebben gehuurd in de Barrio San Martin vlak aan een prachtig stuk oude stadswal, de murallas die gedeeltelijk westers en gedeeltelijk Moors zijn. Ik fiets verder door naar mijn albergue Palacio Real die gelukkig slechts 300 meter verder ligt, ook in de casco histórico. Het is prachtig gerestaureerd en voor 18 euro per nacht deel ik een kamer met maximum vijf andere pelgrims met badkamer en voor 6 euro krijg ik een lekker ontbijt.

Deze avond maak ik nog een kleine wandeling naar de kathedraal en dan slapen. Na 105 km fietsen ben ik wel moe en dat zal ook het geval zijn voor Bernadette. Morgenvoormiddag rust ik uit, doe ik wat was en schrijf ik verder aan mijn blogs. Ik weet dat ik te veel schrijf maar ik wil voor mezelf een consistent en zo gedetailleerd mogelijk verslag maken en hopelijk lezen anderen het ook.






Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page