top of page

DAG 19 van Carrión de los Condes naar Sahagún

DAG 19 - 5 mei 2026 – 50 km in de kou met ijzige wind en soms regen


Vandaag wordt het dus een dag volledig door de Meseta, waarvan de Tierra de Campos een deel is, het meest vruchtbare deel. We zitten op een plateau tussen 600 en 800 meter en dat voelen we de gehele dag. Het is ’s morgens koud en we trekken verschillende lagen aan. De ganse dag wordt het een ijzige wind die recht op ons afkomt en we rijden met een wollen sjaal of iets anders rond de hals, en hebben onze regenjas aan, want dat houdt ook de wind tegen. We verlaten de stad Carrión de los Condes over de oude brug en rijden terug langs het San Zoilo-klooster de Meseta in.


Bernadette op de oude brug van Carrión de los Condes en fietsend de Meseta in


Onmiddellijk begint de oude Camino en aangezien het zeer vlak is en wat zon en grijs, beslissen we die terug te volgen. We komen heel wat pelgrims tegen. Men heeft ons gezegd dat alle hotels en hostals praktisch volledig bezet zijn en dat naargelang de maand mei vordert het drukker wordt op de Camino. Sommige pelgrims vertellen ons dat ze moeite hebben een bed te vinden. Gelukkig heeft Magda alles voor ons reeds een tweetal maanden geleden geboekt; DANKU Magda!


Genietend van de zon


We bereiken vlot de kerk van San Martín de Tours in Calzadilla de la Cueza, in de provincie Palencia. Het is eventjes zo’n lekker zonnetje dat we daar even op een bank gaan zitten en genieten van de zonnestralen op ons gezicht. Bernadette smeert zelfs haar gezicht in.


We fietsen door naar Terradillos del Camino met zijn San Pedro-kerk. De kerken waren op de Camino Francés altijd bakens voor de pelgrims, zeker ’s avonds of ’s nachts, en daarom stond vaak boven op de kerken een lantaarn om de pelgrims de weg te wijzen. We hebben dat al gezien in Eunate en in Torres del Río enkele dagen terug. De naam Terradillos de los Templarios, met zijn bakstenen en adobe(lemen) huizen, verwijst naar de “plaats van kleine aarden daken of terrassen” die je aantreft bij een bezoek. Het verwijst ook naar de tempeliers.


Sahagun: Monasterio Real de San Benito, onze fietsen veilig geplaatst, het restaurant


Zo bereiken we op deze 19de fietsdag rond de vroege namiddag het hostal Dormitorio vlakbij één van de vier oude romaanse middeleeuwse Mudéjarkerken die dit stadje tot de hoofdstad van de Mudéjarkunst hebben gemaakt. We kunnen vlot inchecken bij de baas en zijn zoon; de baas spreekt vlot Spaans, Engels en Duits want hij heeft jaren in Duitsland gewerkt. De fietsen krijgen ook een mooie stalling in het vroegere restaurant van dit hotel dat nu niet meer gebruikt wordt. Bernadette heeft een éénpersoonskamer. Ik slaap in een kamer met drie en deel de kamer uiteindelijk met een dame van 65 uit Tilburg die alleen op stap is naar Santiago. Haar man is overleden toen ze 48 was en ze doet nu de Camino als aandenken aan hem. Nadat we onze kamer of bed hebben, eten we buiten op een bank onze lunch naast de San Trinidad- of Drievuldigheidskerk want het is even terug wat zonnig maar toch fris.


Daarna gaan we de Mudéjarkunst bewonderen. Dit is de kunst die de moslims die hier bleven wonen na de Reconquista door de Spanjaarden, maakten voor de katholieke kerk. Ze verweefden in de katholieke kerken vele elementen van de moslimarchitectuur. Heel speciaal zijn de volgende: het gebruik van baksteen (maar hier was niets anders) waarmee ze abstracte tekeningen maken. De moslims mogen immers Allah en liefst ook mensen en dieren niet afbeelden in hun religieuze kunst. Ze mogen er wel andere decoratieve elementen zoals bloemen en planten in verwerken. Ze gebruiken ook hoefijzerbogen; ze bouwen verluchtingsclaustra in met abstracte vormen. Ze waren ook heel sterk in het aanbrengen van stucwerk, dat is plaaster met decoratieve elementen, dat kleurrijk wordt beschilderd. In Sahagún zal je de meeste elementen in de drie grote kerken terugvinden: de San Tirso-kerk, de San Lorenzo-kerk, de San Trinidad-kerk (die nu onder andere het Officio de Turismo is), en ook in het mooie Monasterio de Santa María Peregrina, gewijd aan Onze-Lieve-Vrouw pelgrim.

Sahagun: San Tirso
Sahagun: San Tirso

De San Lorenzo- en San Tirso-kerken in Sahagún zijn twee schitterende voorbeelden van Mudéjararchitectuur. De Santuario de la Peregrina heeft Mozarabische en

Mudéjarkenmerken. De eerste twee kerken hebben ook opzij van één van de schepen een mooie overdekte ruimte met veel openingen die later is aangebouwd en dat is geen Moorse invloed. Je kunt deze delen een soort narthex noemen waar niet-gelovigen of nog niet gedoopten mochten komen. In veel kerken heeft men achteraan of opzij een grote of kleine ruimte die men vaak een narthex (een voorkamer) noemt. Die twee kerken, San Lorenzo en Tirso, werden gebouwd met de hulp van Moorse kunstenaars die voor christenen werkten na de Reconquista. Als je de foto’s bekijkt van het koor aan de buitenkant van deze twee kerken, zal je duidelijk zien dat ze met bakstenen alle soorten geometrische figuren en/of tekeningen hebben aangebracht. Aan de binnenkant van de San Tirso-kerk zie je duidelijk het gebruik van hoefijzerbogen die overal gebruikt zijn en ook van houten plafonds met caissons. Ook deze hebben geometrische motieven. Dat weet ik van mijn vorig bezoek want vandaag zijn ze allebei dicht.


Sahagun: San Lorenzo met de narthex en twee beelden die verwijzen naar de Semana Santa


Bij de San Lorenzo-kerk bestaat de grote massieve toren geheel uit baksteen met mooie motieven erin verwerkt. In de San Tirso-kerk zijn er in de toren vele mooie romaanse zuiltjes verwerkt. Zuiltjes werden vaak opnieuw gebruikt en waren soms afkomstig van Romeinse villa’s. Die beide kerken stralen aan de buitenkant veel soberheid uit. Maar ook de binnenkant van de San Tirso is zeer sober. De San Lorenzo is minder sober van binnen. Interessant aan de San Lorenzo-kerk is dat in het laatste deel dat achteraan is aangebouwd en een barok retabel heeft, er een museum is van de Semana Santa of de Heilige Week. De Spanjaarden zijn verzot op uitbeeldingen van het lijden van Christus en ze maken grote praalwagens (zonder wielen) met daarop de taferelen die Zijn lijden uitbeelden. Elk zo’n tafereel wordt gedragen door 30 à 40 mensen. Heel veel mensen komen daar in de Goede Week naar kijken. De mensen die deze praaltafels dragen zijn vaak lid van religieuze broederschappen. Sommigen doen dat ook uit boete.


Sahagun; La Peregrina met de tentoongestelde bronzen beelden


We bezoeken ook de gerestaureerde kerk die men het Santuario de la Peregrina noemt of het heiligdom van Maria als pelgrim of peregrina. Vooraan in deze kerk staat de Heilige Maagd Maria in een fleurig kleed, heel jong en met een strohoed op het hoofd alsof ze juist van het strand komt. Daar zie je ook het gebruik binnen en buiten van Mudéjar-geometrische figuren in de bakstenen gevels en muren, maar je ziet er anderzijds ook hoefijzerbogen en veellobbige ramen. Deze zijn dus duidelijk gemeenschappelijke elementen aan de Mozarabische kunst, waarbij christenen werkten voor de Arabische overheersers, en aan de Mudéjarkunst waarbij moslimkunstenaars voor de christenen werkten.

In de apsiskapel vooraan, rechts van het hoofdkoor, zie je ook nog mooie delen van de muren bezet met stuc- of plaasterversieringen met geometrische figuren en/of bloemen. De kerk toont op dit ogenblik de bronzen werken van een Spaanse kunstenaar die altijd religieuze thema’s gebruikt. Zijn beelden passen zeer goed in deze oude kerk.


Sahagun: La Peregrina, O.L.V. met strooien hoed
Sahagun: La Peregrina, O.L.V. met strooien hoed

Na al die bezoeken gaan we naar de Plaza Mayor om te kijken naar het restaurantje Luis waar we een Menu del Peregrino zouden willen nemen op aanraden van de baas van onze Hostal Dormitorio. Het is juist 18 uur voorbij en we kunnen onmiddellijk eten als we willen. We beslissen dat te doen omdat we allebei moe zijn en dan ook op een deftig uur in bed zullen liggen. Tijdens de maaltijd voelt Bernadette zich niet al te lekker en we verlaten zo snel mogelijk het restaurant. De vermoeidheid slaat toe, in feite bij allebei, want we zijn al elke dag vroeg op en hebben veel gefietst en van alles bezocht. Om 20 u zijn we terug op onze hostal om te slapen. Ik vergeet een tekst te sturen naar Magda om op Instagram en Facebook te plaatsen maar word gelukkig rond 23 u wakker om deze nalatigheid recht te zetten. Het was een drukke dag maar met minder gesprekken met andere pelgrims omdat we graag vroeg in Sahagún wilden zijn. In het restaurant Luis praten we even met het tafeltje naast ons: twee Ieren uit Cork die voor de eerste keer de Camino stappen en ervan genieten.


Morgen gaat het van Sahagún naar León over Bercianos del Real Camino, El Burgo Ranero, Reliegos, Mansilla de las Mulas en San Miguel de la Escalada, in totaal rond de 95 à 100 km. Het wordt een lange zware dag maar met geen te hoge hoogteverschillen. We hopen dat Bernadette zich morgen terug beter voelt na een goede nachtrust.


Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page