top of page

Dag 18: van Castrojeriz naar Carrión de los Condes

Bijgewerkt op: 20 mei

Dag 18 - 3 mei 2026

Na het schrijven van mijn blog ben ik rond 7u15 afscheid gaan nemen van de twee Vlamingen Carina en Neil, die vertrekkensklaar stonden voor hun volgende uitdaging op de Camino. Foto’s nemen en elkaar het beste wensen, en ze zijn vertrokken. In de gang naar mijn stapelbed kom ik twee Australiërs, Aido en Linda, tegen uit het tropische deel van Queensland. Ze klagen over het koude weer omdat men hen heeft verteld dat het in Spanje warm is. Op dit ogenblik is het zeker niet warm in het noordelijke deel van Spanje en we fietsen elke dag met warme kleren aan en daarboven constant onze regenjas, maar geen geklaag: dat hoort erbij.


Om 8 uur zijn we bijna als laatsten de deur uit van Albergue Orion na een ontbijt van 5 euro: één koffie, brood met confituur en boter à volonté en fruitsap. Een goede albergue voor zijn prijs. We beslissen om vandaag op de goede kleine asfaltweg te blijven, want het regent en de oude weg die van Castrojeriz naar Frómista loopt, is een kiezel-, zand- en kleiweg. Met de regen van de voorbije dagen wordt het een glibberige boel, dus nemen we die nu niet. De kleine asfaltweg BU-403 is bijzonder rustig met bijna geen verkeer.


De Vlamingen Carina en Neil, Mota de Judios: het centrum en Bernadette met Monche


We rijden eerst richting Frómista en komen al snel aan het dorpje (Castillo) Mota de Judíos, dat spijtig genoeg een hoofdslachtoffer was van de pogroms in Spanje. Tot 2014 heette het dorpje Mata de Judíos omdat er zoveel Joden werden gedood. Deze eeuw kwam er een eerherstel en een erkenning van de vervolging van de Joden. Het dorpje besliste bij stemming in 2014 zijn naam te veranderen in Mota de Judíos (de heuvel/woonplaats van de Joden). De vervolging van de Joden verliep in Spanje in twee fasen. De eerste fase bestond uit pogroms in 1391 en daarna was er het Edict van het Alhambra in 1492 van de Reyes Católicos, Isabella I van Castilië en Ferdinand II van Aragón, dat tot de uitwijzing, of eerder de uitdrijving, van heel veel Joden leidde. Tussen deze periodes was er veel vervolging en ook nog de Inquisitie, die tegen de Joden tekeerging als ze niet gedoopt wilden worden en soms zelfs als ze al gedoopt waren. Dit bezorgde hen veel last, leed en dood. De Joden in Spanje worden de Sefardische Joden genoemd omdat ze Spanje Sefarad noemden.

In 2023 werd in het dorpje een huis omgebouwd tot een herinneringscentrum van de vervolging van de Sefardische Joden. We komen op straat een dame tegen, Monche, die ons vertelt dat er nu nog een 30-tal mensen in het dorp wonen en dat die waarschijnlijk allemaal een Joodse origine hebben. Ze legt ook uit dat het centrum alleen open is op aanvraag. Haar naam Monche is afgeleid van Montserrat (abdij van Montserrat toegewijd aan Maria); haar familie kortte de naam in tot Monche. Ze legt ook nog uit dat er vlakbij een monument (twee delen: een stel orgelpijpjes en ernaast een waterbron) staat voor de organist van de Spaanse koning Filips II van Spanje.


Mota de Judios, Yves in de bed-mobil, Itero del Castillo: de San Cristobalkerk


Een beetje verder op de weg komt een eigenaardig voertuig in onze richting gereden. Ik denk heel eventjes dat het een oude vintagecar is uit de jaren 1920, maar al snel zie ik dat het iets moderns is. Vooraan zit een man met zijn twee handen aan het stuur. Hij is Frank Joobst, een Duitse ingenieur, die zelf zijn BEDMOBIL heeft ontworpen op basis van twee cargobikes. Ongelooflijk vernuftig: het dak kan omhoog, de zijkanten kunnen uitschuiven want daar zitten de keuken en andere praktische zaken in. Zo krijgt hij een grote ruimte waarin hij juist kan liggen of zitten. Het wagentje wordt aangedreven met elektriciteit door het trappen enerzijds en anderzijds door zonnepanelen op het dak. Hij haalt er 25 km per uur mee. Zo reisde hij over de Camino eerst langs de Via Portuguesa naar Santiago de Compostela en nu over de Camino Francés naar huis in Duitsland. We vinden het een geweldig wagentje. Ward vraagt hem alle foto’s op te sturen, want hij vindt het ook een ingenieus voertuig.


Itero del Castillo: de SanCristobalkerk en in de verte de verdedigingstoren
Itero del Castillo: de SanCristobalkerk en in de verte de verdedigingstoren

Vlak voor die ontmoeting reden we even naar het San Cristóbal-kerkje bij Itero del Castillo, met vlakbij nog in de kern van het dorp een zware toren die waarschijnlijk diende als verdediging voor de bevolking als het dorp werd aangevallen. De ingang is zo’n 10 meter boven de grond zodat de aanvallers er moeilijk in geraakten. Men vindt dergelijke vierkante (maar ook ronde) torens terug als donjons in Frankrijk en bij kloosters in Ierland, waar de monniken zich konden opsluiten als ze werden aangevallen.


De brug over de Pisuerga en de Ermita de San Nicolás de Puente Itero


We rijden door langs de BU-403 en bereiken de oude middeleeuwse brug over de Pisuerga-rivier waar de oude Camino ons vervoegt. Vlak bij deze brug ligt de oude Ermita de San Nicolás de Puente Itero. Deze oude kluizenaarswoning is gerestaureerd door een Italiaanse fraterniteit. Vooraan in het oostelijke deel is het altaar of bidgedeelte, in het midden een leefruimte en achteraan in het westen staan een 10-tal bedden voor pelgrims. In een gebouwtje ernaast staan douches en toiletten plus een kookruimte. Alles is supergezellig en netjes ingericht. Er zijn tijdens het gehele seizoen van april tot oktober twee hospitaleros of Italiaanse vrijwilligers aanwezig die de pelgrims verwelkomen. Nu zijn hier een man, Lino, en een vrouw, Feli, die de pelgrim een koffie aanbieden en natuurlijk een stempel. Iedereen loopt er even binnen. Gastvrijheid heeft geen grenzen op de Camino en dat zijn momenten die elke pelgrim apprecieert. Het is ook weer een gelegenheid om te verpozen en andere pelgrims te ontmoeten. Magda en ik kwamen hier 11 jaar geleden al eens voorbij met onze dochter Ann en onze kleindochter Robin (mijn Pitchou), toen ze nog maar 11 jaar was en al lange stukken van de Camino liep, tot grote verbazing van de hospitaleros en de anderen. Ze kreeg zelfs een speciaal soort diploma.


Boadillo del Camino: de O.L.V. kerk met achteraan de rollo, de romaanse doopvont en het retabel


Vandaar fietsen we verder door de mooie, wijdse landschappen naar Boadilla del Camino met een mooie kerk maar vooral met een uniek rollo, dat is een gerechtspaal of schandpaal. Deze is de mooiste rollo van de gehele Camino en staat buiten de kerk achter het koor. Hij is waarschijnlijk 5 meter hoog en helemaal versierd en mooi gebeeldhouwd. Vroeger waren er ringen in bevestigd waaraan de boosdoeners met kettingen werden vastgemaakt voor ze werden geoordeeld door een rechter. Dan kon de lokale bevolking hen zien en ook uitjouwen of er zelfs eieren naar gooien. We bezoeken natuurlijk ook de kerk binnenin met weer een prachtig barok retabel zoals in alle Spaanse kerken. De barok heeft een zeer grote nalatenschap in Spanje. Achteraan in de kerk staat een unieke romaanse ronde doopvont op kleine zuiltjes. Het staat juist onder een raam geplaatst en wordt dus prima belicht om een mooie foto te maken.


John, de eeuwige pelgrim, Yves bij het Canal de Castilla


Buiten aan de kerk staat een Duitse “eeuwige pelgrim”; die kom je af en toe tegen op de Camino, meestal mannen die niets anders doen dan pelgrimeren naar Santiago, Rome of andere heilige plaatsen. In dit geval is het de Duitser John, een man van 35 à 40 jaar die op stap is met drie honden: een kleine teckel en twee grote Duitse herdershonden. Hij leeft van kleine werkjes die hij links en rechts opknapt of van giften van mensen die foto’s willen maken van zijn honden, waarvoor hij 3 euro vraagt. Maar velen willen wel de foto’s maar willen hem niets geven, voegt hij er bitter aan toe. Sommigen kunnen een taxi nemen als ze moe zijn, maar een aalmoes geven ze niet, voegt hij eraan toe. Ergens heeft hij gelijk, want er zijn er veel die als ze moe zijn een taxi bellen of een bus nemen, maar die laatste heb ik op de kleine wegen nog niet gezien. John, de eeuwige pelgrim, is al 10 jaar zo aan het rondtrekken en houdt altijd enkele uren halt bij een kerk met veel pelgrims.


Van Boadilla del Camino hadden we graag de laatste 5 km voor Frómista langs het Canal de Castilla gefietst, maar na de regen vrezen we dat het er modderig is en doen we dat niet. We bereiken al snel langs de kleine asfaltweg het sluizencomplex van het Canal de Castilla. Het kanaal werd in de 19de eeuw gebouwd om vooral graan te vervoeren naar de grote steden. Het is 280 km lang en gaat door het mooie landschap van de Tierra de Campos. Hier in Frómista waren er vier sluizen waarvan de deuren nu verdwenen zijn. In het kleine toeristenbureau naast de sluizen legt een jonge dame van Toerisme ons met een maquette met water uit hoe de sluizen werkten. Dit sluizencomplex met vier sluizen doet mij denken aan het sluizencomplex met 7 of 9 sluizen dat je hebt op het Canal du Midi vlak bij Béziers in Occitanië in Frankrijk. Het doet mij ook denken, met een kleine traan, aan de mooie momenten die we beleefden met ons Rientje, want vanaf heel klein ging hij mee met ons op vakantie.


Frómista: de San Martinkerk met het prachtige kruis


We fietsen door en stoppen aan een kleine supermarkt voor water, een 0.0 pintje, kaas, ham, brood en twee yoghurts om dan door te rijden naar ons hoofddoel deze middag: de prachtige romaanse San Martínkerk, hét voorbeeld hier op de Camino van de romaanse kunst. Liefhebbers van romaanse kunst moeten het laatste stukje van de Via de la Plata doen, want dan kom je juist Salamanca voorbij Zamora tegen, dat zo maar even 13 unieke romaanse kerken heeft. Het stadje ligt boven op een heuvel en kon gemakkelijk verdedigd worden en de vijanden buiten houden. Deze romaanse kerken zijn nog vrijwel intact.

We bereiken de San Martínkerk om 12u45 en stellen vast dat ze open is tot 14 uur. We installeren ons op het pleintje van de kerk onder de bomen op een bank om gezellig te picknicken zoals we elke dag doen. Terwijl we genieten, komt een Duitse pelgrim, Stefan Appghe, meer informatie vragen over onze fiets. Hij heeft lang met kinderen in het bijzonder onderwijs gewerkt en begrijpt maar al te goed de nood aan begeleiding van kinderen en alle familieleden om een dergelijk trauma te verwerken.


Fromista: lunch en een Duitse pelgrim, Revenga de Campos: San Lorenzo


Na onze lunch gaan we de San Martínkerk grondig bezoeken. Voor de lunch hadden we dat al aan de buitenkant gedaan: mooie romaanse kenmerken, een basilicale vorm met drie schepen, dikke muren, kleine vensters, mooie gele okerkleurige steen die licht geeft in grijs weer en opleeft onder de zon. Typisch zijn de banden met stenen die gebeeldhouwd zijn in dambordmotief rondom de gehele kerk. Weinig verhalend beeldhouwwerk rond de deuren. De kerk werd jaren geleden zwaar gerestaureerd. Te veel, zeggen sommigen, want binnen heb je een maquette waarop je de kerk ziet zoals ze was voor de restauratie. Men heeft heel wat afgebroken wat niet romaans was: nu heb je terug een zuivere romaanse kerk en ik vind dat prima. Restaureren betekent niet alles behouden maar vooral terug tonen hoe het was toen het af was. Restaureren is ook een eeuwigdurend werk. Ons cultureel erfgoed is het erfgoed van onze kinderen en kleinkinderen.

Even stil gaan zitten en alles laten binnenkomen is de boodschap als je zo’n kerk binnenkomt. Er is niet veel volk en dat helpt om tot rust te komen. Sobere gewelven, een mooi sober koor met een 13de-eeuwse Christus, in de linker apsiskapel een zwarte Madonna; deze zijn altijd heel populair geweest. Het schip en koor zijn afgebakend met mooie pijlers met bovenop gebeeldhouwde kapitelen. Hoe hoger ze staan, hoe groter het beeldhouwwerk, want de gelovige moet het kunnen zien en begrijpen: bloemen- en natuurmotieven verwijzen naar het hemelse Jeruzalem, Adam en Eva die eten van de verboden vrucht en uit het aards paradijs worden gezet, uitbeeldingen van andere zonden zoals de wellust, uitgebeeld door apen enzovoort. Het beeld van onze Sint-Maarten staat achteraan in de kerk: die Romeinse legionair die zijn mantel in twee sneed met zijn zwaard om de helft aan een arme te geven, die Christus zelf bleek te zijn. De boodschap is duidelijk: naastenliefde is het grootste goed en voor mij persoonlijk ook het belangrijkste gebod.


Villalcázar de Sirga en de gotische Santa María la Blanca-kerk, beeld van een rustende pelgrim


We bezoeken de andere kerken niet want we hebben er de tijd niet voor; er zijn nog vele andere zoals de San Pedrokerk, maar dat is voor een andere keer. We rijden verder door de Tierra de Campos met de nu nog groene graanvelden zover het oog kan reiken. Geen veeteelt, alleen maar granen van alle soorten, soms wat maïs of koolzaad. Niet eentonig maar rustgevend. Over Revenga de Campos en Villamentero de Campos bereiken we Villalcázar de Sirga en de gotische Santa María la Blanca-kerk. De vele dorpen of stadjes verwijzen naar Romeinse villa’s of nederzettingen die er ooit stonden.

Deze kerk had een verdedigende rol, vooral de toren, om zich in te verschansen in geval van aanval. Met de bouw werd begonnen einde 12de eeuw, in de overgang van romaanse naar gotische stijl. Ze werd voltooid in de 14de eeuw. Ze werd toevertrouwd aan de orde van de Tempeliers. We kunnen spijtig genoeg niet binnen want op maandag is ze gesloten. Toch wat info: de kerk heeft de vorm van een taukruis, zoals een T, met drie beuken gescheiden door kruisvormige zuilen. Er zijn vijf apsissen en de hoofdapsis ligt mooi op één lijn. De westkant is een kale muur omdat een deel daar instortte en niet werd heropgebouwd. Aan de zuidkant heb je een prachtige dubbele gevel onder een hoog gewelf versierd met mooi gotisch beeldhouwwerk: één ingang voor de kerk zelf en één voor het zuidertransept dat toegang geeft tot de graven van de infante Don Felipe, zoon van Ferdinand III de Heilige, en zijn vrouw Doña Leonor Ruiz de Castro. De beelden worden beschouwd als een van de meesterwerken van de Castiliaanse gotische beeldhouwkunst. Er is nog een derde graf van een ridder van Santiago. De naam van de kerk, María la Blanca, komt van het feit dat koning Alfons X de Wijze een groot deel van zijn Cantigas (liederen) wijdde aan de Witte Maagd, een zittend beeld dat men binnen kan zien.


Het klooster waar we logeren en de zusters die ons verwelkomen


We wandelen rond de kerk en gaan even bij de rustende pelgrim zitten: een bronzen beeld dat gezelligheid uitstraalt. Daarna terug de fiets op naar Carrión de los Condes, ons einddoel van deze dag, dat we na in totaal 60 km bereiken. We logeren er bij de Zusters Filipinos (van de naam van hun 19de-eeuwse oprichter Felipe) in het Convento de Belén (Bethlehem), waar we supergastvrij en vriendelijk door enkele oudere zusters worden onthaald. We hebben er elk een kleine, nette, gezellige kamer met douche plus avondmaal en ontbijt samen voor 85 euro.


Na een korte rustpauze gaan we het stadje bezoeken want alles is open van 16 tot 19 uur. Behalve de kerk vlak bij ons, waar je een prachtig zicht hebt op de rivier en in de verte het Monasterio San Zoilo. Daarna wandelen we naar de San Andréskerk (ook gesloten) en langs de oude wallen van de stad naar het beeld van Santiago bij de Santa María del Camino-kerk met mooi beeldhouwwerk aan de zuidkant. Wat verder in dezelfde straat ligt de Santiagokerk (11de-12de eeuw), gekend voor zijn uniek gebeeldhouwd romaans fries met de tetramorf (oordelende Christus en de vier evangelisten) en de apostelen boven de ingangsdeur, een juweel. De rest van de kerk is praktisch verdwenen. Bernadette neemt foto’s van alle Santiagobeelden en wil achteraf een soort compilatie maken.


Carrión de los Condes: Santiago-kerk, San Zoiloklooster met de kloostergang


We beëindigen onze wandeling aan het San Zoilo-klooster, een oude refugio of toevluchtsoord voor pelgrims uit de 10de eeuw. Ooit een romaanse kerk die later werd omgebouwd tot een barokke kerk met enkele kleine romaanse restjes zoals de toegangsdeur aan de westkant. De kloostergang is prachtige renaissance. Men vindt er de graven van de condes of graven die hier heersten. Speciaal is dat men de beenderen van de heilige Zoilo terugvond, gewikkeld in twee prachtige stukken geweven stof uit de 10de of 11de eeuw. Een deel van het klooster is nu een hotel, geen parador maar wel als een parador ingericht. We gaan er een aperitiefje drinken om de sfeer op te snuiven.

We haasten ons terug want we moeten om 20 uur aan tafel zitten met enkele andere gasten waaronder een Duits koppel, twee Franse koppels, een Koreaan en een Brit. Het wordt een gezellig, eenvoudig maar lekker avondmaal, opgediend door de zusters en gemaakt door hun kokkin: linzensoep (zeer goed om goed te kunnen fietsen), daarna kaaskroketten met gefrituurde eitjes en een yoghurt als dessert. Er is witte wijn à volonté of water. Ook koffie of thee na de maaltijd is voorzien. Gezellige gesprekken vinden plaats in alle aanwezige talen behalve het Koreaans, maar hij kent goed Engels. We helpen de gastvrije zusters met de tafel afruimen maar de vaat moeten we niet doen. We nemen foto’s van enkele zusters in de keuken en met de anderen aan de receptie, op hun aanvraag bij het beeld van Jezus. De zusters vertalen in werkelijkheid de aanmaning van Benedictus in zijn regel dat elke pelgrim als Christus moet behandeld worden.

Om 22 uur licht uit en slapen na een korte tekst te hebben geschreven voor Magda voor Instagram en wat foto’s te hebben opgestuurd. Weer een drukke maar fijne dag achter de rug. Morgen gaat het van Carrión de los Condes naar Sahagún, het grootste centrum van de mudejarkunst in Spanje.


Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page