top of page

Dag 11 – Van Saint-Jean-Pied-de-Port naar Zubiri, over Roncesvalles

Dag 11 – 27 april 2026

Vandaag is het zover: de start van de Camino Francés, de weg die ons uiteindelijk naar Santiago de Compostela moet brengen. Of Sint Jakob thuis zal zijn, weten we niet. Soms lijkt het alsof God en zijn heiligen andere plannen hebben — dat hebben we in het verleden zelf pijnlijk ervaren. Maar even vaak sturen ze mensen op je pad die precies op het juiste moment het verschil maken. En van die mensen hebben we er op deze tocht al heel wat mogen ontmoeten.

De dag begint vroeg. Voor Bruno is het afscheid aangebroken: hij keert terug naar het Verenigd Koninkrijk. Dankzij Ward, die hem met plezier naar de luchthaven brengt, verloopt alles vlot. Zoals zo vaak kost het wat moeite om Bruno wakker te krijgen, maar uiteindelijk staan we samen klaar. In de haast breek ik nog een kopje — scherven brengen geluk, zegt men.


Yves en Bernadette vertrekkensklaar en op de alto de Ibañeta


Rond 8u15 vertrek ik al richting Saint-Jean-Pied-de-Port. Aan de stadspoort worden busjes pelgrims afgezet: van overal ter wereld komen ze hier toe, elk met hun eigen verhaal en motivatie. De Camino leeft — misschien zelfs meer dan ooit.

Ik haal nog snel een baguette en twee chocolatines bij de bakker en neem enkele laatste foto’s van de stad. Even later voegen Bernadette en Bruno zich bij mij. We nemen een warm, maar kort afscheid. Tien dagen samen door de Pyreneeën: intens, mooi en onvergetelijk.


Luzaide - Valcarlos, monument voor de overwinning vd Basken op Karel de grote in 778, Roncevalles


Met Bernadette zet ik koers richting Roncesvalles. Voor haar is het de eerste echte bergtocht met de fiets, maar ze doet het uitstekend. Haar bagage draagt ze zelf, terwijl de mijne in de bakfiets zit. Onderweg kruisen we vele pelgrims: sommigen met minimale bagage, anderen laten hun spullen vervoeren. Iedereen kiest zijn eigen manier.

We passeren een indrukwekkend monument dat herinnert aan de slag van 778, waar de Basken het leger van Karel de Grote versloegen. Voor hen een historisch moment, vergelijkbaar met 1302 voor de Vlamingen. De geschiedenis ligt hier letterlijk langs de weg.

De klim is gestaag en de omgeving sereen. Rond 11u30 bereiken we de top bij Roncesvalles. Daar ontmoeten we Phil Johnson uit Manchester, een voormalige verpleegkundige met een groot hart voor mensen. Hij toont meteen interesse in het Rinus- Pinifonds en begrijpt als geen ander hoe belangrijk ondersteuning bij trauma is.


De gotische kerk van Roncevalles


We bezoeken de abdij van Roncesvalles, al eeuwenlang een toevluchtsoord voor pelgrims. De gotische kerk straalt eenvoud en kracht uit. Binnen valt het beeld van Onze-Lieve-Vrouw op, met daarachter een prachtig glasraam van de boom van Jesse. Ook het graf van koning Sancho el Fuerte herinnert aan de rijke geschiedenis van deze plek.

Maar deze dag krijgt ook een andere, zwaardere dimensie.

We ontvangen een telefoontje van Magda met zorgwekkend nieuws over Luc Vanhille, een voormalig departementshoofd en bovenal een warm en inspirerend mens. Zijn ziekte is in een vergevorderd stadium gekomen. Het nieuws komt hard binnen. We worden stil.

Luc was iemand die mensen kansen gaf, die inspireerde en verbond. Iemand die met overtuiging bouwde aan onderwijs en samenwerking. Terwijl we verder fietsen, dragen we hem in gedachten met ons mee. Onze tocht krijgt plots een diepere betekenis.


Een korte pauze in de nabijheid van Zubiri, ons hostal


Na een korte pauze zetten we onze weg voort richting Zubiri. De afdaling brengt ons door typische Baskische dorpen en groene valleien. Rond 16u bereiken we onze bestemming, na een tocht van ongeveer 60 kilometer.

We logeren in een eenvoudig appartement, samen met pelgrims uit Zwitserland, Zuid-Korea en Frankrijk. De gesprekken zijn warm en oprecht. Eén van de Zwitserse dames werkte jarenlang in de palliatieve zorg en weet precies de juiste woorden te vinden. Haar aanwezigheid doet deugd.

Later wandelen we naar de beroemde brug van Zubiri. Onder de pijlers zou volgens de overlevering een heilige begraven liggen die bescherming bood tegen hondsdolheid. Pelgrims en boeren brachten hun dieren hierheen in de hoop op genezing — een mooi stukje levende geschiedenis.


Zubiri: omgeving en de brug en de kerk


In het kleine kerkje van het dorp nemen we even de tijd voor een bezinningsmoment, georganiseerd door leden van de Orde van Malta. Geen grote woorden, maar eenvoudige vragen die uitnodigen tot reflectie. Het past bij deze dag.

’s Avonds schuiven we, na wat geduld, aan voor een pelgrimsmenu in de sporthal: eenvoudig, voedzaam en welkom na de inspanning. Tijdens het wachten raken we in gesprek met een groep jonge Duitse pelgrims — elk met hun eigen zoektocht naar rust, betekenis en verbondenheid.

Rond 23 uur kruipen we moe maar voldaan in bed. Dankbaar voor de weg, voor de ontmoetingen, voor de natuur — maar ook met onze gedachten bij Luc en zijn familie.

Net voor het slapen gaan krijgen we nog een geruststellend bericht: Bruno is veilig thuis in Oxford, opgevangen door zijn partner Anett. Morgen gaat hij weer aan het werk, verder bouwend aan zijn onderzoek.

Misschien zijn dat ook pelgrimstochten, elk op hun manier.

Vandaag branden we een kaars voor Luc.



Opmerkingen


© 2022 Rinus-Pinifonds

  • Facebook
  • Instagram
bottom of page