top of page

Dag 45: 21 juni 2022 : van Cauzadilla de la Cueza naar Sahagun

Bijgewerkt op: 28 feb. 2023


Toen ik om 7.00 u naar beneden ging in de albergue “Los Canarios” ( de bazin is van de Canarische eilanden afkomstig), waren alle pelgrims te voet al vetrokken. Alleen mijn schoenen stonden nog op het rek in de gang. In veel albergues wordt je gevraagd je schoenen uit te doen en iedereen heeft een paar “sletsen” bij waarop ze rondlopen nadat ze 4 of 5 uur of meer hebben gestapt. Ik had er geen bij toen ik startte maar na twee dagen ben ik er een paar gaan kopen. Sletsen zijn inderdaad fantastisch om je voeten te laten rusten.

Ik neem mijn mijn sober ontbijt van 4 euro’s: een stuk Frans brood van 5 cm, één confituurtje een één botertje, plus een fruitsapje en een kop café lecche. Voor dezelfde prijs had ik in de Rinconada hostal in Catrojeriz een ontbijt om U tegen te zeggen.

Ik vraag aan de bazin, die volop aan het kuisen is, wanneer ze de volgende pelgrims verwacht. Vanaf 10.30 u. komen ze toe, zegt ze, de meeste vertrekken rond 5 u. of 5.30 u. voor dag en dauw om de warmte voor te zijn en boeken meestal onmiddellijk na hun aankomst de volgende albergue, hostal, casa rural of hotel. Ik zeg gemakshalve “hij” als ik het over de pelgrim heb, maar er zijn ook heel veel vrouwen op stap. Ik ben ook al verschillende families tegengekomen te voet of met de fiets.


De rest van de dag doet een ernstige pelgrim zijn was en hangt die te drogen. Daarna slaapt of rust hij veel. Hij schrijft bijv. een blog, belt met familie of vrienden en bereidt de volgende dag voor. Vanaf 18 u. zitten ze te aperitieven, wat je ook networking of socialising kan noemen. Sommigen bezoeken de mooiste kerken en heel wat stoppen aan een kerk(je) om daarnaast een koffie te drinken of wat te eten. Het pelgrimsmenu wordt meestal geserveerd vanaf 18.30 u. of 19 u. tot 21 u. Het is altijd een all-in menu met wijn inbegrepen. De pelgrims gaan vroeg slapen omdat ze vroeg opstaan. Spaanse streekwijn is spotgoedkoop ; je hebt een fles voor 2 à 3 euro, maar bij het pelgrimsmenu is de wijn inbegrepen.




Cauzadilla de la Cueza: Mijn albergue Los Canarios, (r), de graanvelden (m) en een oude ronde graanschuur (l)


In het dorpje Cauzadilla de la Cueza zijn er 5 of 6 albergues die goed vol zitten. Bij ons konden er maximaal 16 personen logeren: een groepskamer voor 6 mannen, één voor 4 vrouwen en 3 individuele kamers waar je met één of twee in slaapt. Aangzien we hier in een echt klein dorpje zitten heeft onze albergue ook een klein winkeltje wat ook wel nuttig is. De albergue aan de overkant van de straat is minstens drie keer zo groot. Ze liggen vaak daar waar de Camino het dorp binnenkomt, want dat is de meest strategische ligging. Als je het ooit probeert om in zo een gemeenschappelijke ruimte te slapen, mag je alles vergeten behalve oordopjes. Vergeet je ze wel, dan slaap je gegarandeerd niet of weinig. Neem sowieso oordopjes mee, want in vele albergues zijn de muren flinterdun en je hoort alle geluiden.


Het is heel fris deze morgen, ik denk rond de 10 à 12 graden, maar de zon schijnt al volop wanneer ik vertrek. Door de Tierra de Campos rijden, weg van de grote weg, is doodgewoon zalig. Ook van Cauzadilla de la Cueza loopt de Camino voor voetgangers de meeste tijd links of rechts van de carretera voor auto’s. Ik stop gereld, neem een foto van het landschap, van een schuur, van de grote strobalen die opgestapeld zijn, van een kerkje, van de gewassen, meestal graangewassen (bijna rijp of rijp). Ik zie ook veel zonnebloemen die nog maar 20 à 30 cm hoog zijn of hooiweiden waar de rollen hooi, mooi ingepakt in witte plastic, klaar liggen om opgeslagen te worden voor de komende herfst en winter. De zonnebloemen worden in het najaar pas geoogst.

Ik heb ongeveer 30 kilometer te bollen en aangezien er vandaag geen felle tegenwind is, in tegenstelling tot de voorbije twee dagen, ben ik om 11 u 30 reeds op mijn kamer in de albergue Alfons III (een belangrijke koning tijdens de reconquista) in Sahagun. Dit stadje is de “place to be” als je van Mudéjar en Mozarabische architectuur houdt. Mudéjar kunst verwijst naar Moorse kunstenaars die voor de christenen werkten en dus Moorse elementen in de kunst die zij voor christenen maakten, verwerkten. De Moren gebruikten heel veel geometrische en abstracte patronen , ook bloem- en plantmotieven zoals arabesken en die vind je terug in de muren, op plaasterwerk dat op de muren werd aangebracht en ook in de houten plafonds met caissons (dat zijn een soort vierkantige, rechthoekige enz. bakjes) in plaats van stenen gewelven. De Moren gebruikten ook graag bakstenen die ze in die figuren verwerkten of waarop ze pleisterwerk konden aanbrengen. In de streek zijn hier weinig steengroeven waar rots kan worden uitgehaald en daarom gebruikt men de lokale klei om bakstenen te bakken. In Vlaanderen hebben wij om dezelfde reden ook veel bastenen huizen en in de Ardennen veel rotstenen huizen.



Sahagun: Kerken van San Tirso kerk (l) en (r)met het gebruik van romaanse zuiltjes; San Lorenzo (m)


De Mozarabische kunst verwijst naar christelijke kunstenaars die bepaalde uitdrukkingsvormen van de Moren overnemen bijv. bij het bouwen van kerken. De Arabische elementen die worden overgenomen door christelijke en andere kunstenaars en die men “Mozarabisch” noemt zijn o.a. de hoefijzerbogen en de veel-lobbige afwerking met ronde boogjes boven ingangen of zelfs op gewelven. Ik heb er al naar verwezen in de blog over de kerken in Puenta la Reina waar de vier camino's samen kwamen. De San Lorenzo en San Tirso kerken in Sahagun zijn twee schitterende voorbeelden van Mudéjar architectuur. De Sanctuario de la Peregrina heeft Mozarabische en Mudéjar kenmerken.


Narthex van San Lorenzo (l) en San Tirso ( (m); de praalwagen van La Semana Santa in

het Museum van de H. Week in de san Lorenzo kerk. (r)


De eerste twee kerken hebben ook opzij van één van de schepen een mooie overdekte ruimte met veel openingen die later is aangebouwd en dat is geen Moorse invloed. In veel kerken heeft men achteraan of opzij een grote of kleine ruimte die men vaak een narthex noemt. Die twee kerken werden gebouwd met de hulp van Moorse kunstenaars die voor christenen werkten na de reconquista . Als je de foto’s bekijkt van het koor aan de buitenkant van deze twee kerken, zal je duidelijk zien dat ze met bakstenen alle soorten geometrische figuren en/of tekeningen hebben aangebracht. Aan de binnenkant van de San Tirso kerk zie je duidelijk het gebruik van hoefijzerbogen die overal gebruikt zijn en ook van houten plafonds met caissons. Ook deze hebben geometrische motieven.

Sahagun: Gewelven San Lorenzo (l), Sanctuario de la Peregrina (r) met typische Moorse plaasterversieringen


Bij de San Lorenzo kerk bestaat de grote massieve toren geheel uit baksteen met mooie motieven erin verwerkt. In de San Tirso kerk zijn er in de toren vele mooie romaanse zuiltjes verwerkt. Daardoor krijg je een romaanse Mudéjar kunst. Het stadje Sahagun noemt zich dan ook de hoofdstad van de romaanse Mudéjar kunst. Die beide kerken stralen aan de buitenkant veel soberheid uit. Maar ook de binnenkant van de San Tirso is zeer sober. De San Lorenzo is minder sober van binnen. Interessant aan de San Lorenzo kerk is dat in het laatste deel dat achteraan is aangebouwd en een barok retabel heeft, er een museum is van de Semana Santa of de Heilige Week. De Spanjaarden zijn verzot op uitbeeldingen van het lijden van Christus en ze maken grote praalwagens (zonder wielen) met daarop de taferelen die Zijn lijden uitbeelden. Elk zo een tafereel wordt gedragen door 30 à 40 mensen. Heel veel mensen komen daar in de Goede week naar kijken. De mensen die deze praaltafels dragen zijn vaak lid van religieuze broederschappen. Sommigen doen dat ook uit boete.


Ik bezoek ook de gerestaureerde kerk die men het Sanctuario de la Pelegrina noemt of het heiligdom van Maria Pelgrim. Daar zie je ook het gebruik binnen en buiten van Mudéjar geometrische figuren in de bakstenen gevels en muren, maar je ziet er anderzijds ook hoefijzerbogen en veel-lobbige ramen. Deze zijn dus duidelijk Mozarabisch. In de apsiskapel vooraan, rechts van het hoofdkoor, zie je ook nog mooie delen van de muren bezet met plaasterversieringen met geometrische figuren en/of bloemen.

Ik mag in de San Tirso kerk en in de Peregrina geen foto’s nemen want het zijn allebei monumenten van het nationaal Patrimonium maar ik heb het toch stiekem gedaan. De foto’s zijn niet goed, maar zo heeft de lezer van blog toch een paar voorbeelden.

Deze namiddag fiets ik naar het Benedictinessen slotklooster van san Pedro in Las Dueñas, 6 km buiten de stad, en ook daar zie je aan de buitenkant en de binnenkant duidelijk de geometrische vormen in de "warme" romaanse Mudéjar baksteenvormen. Buiten staat een zeer mooie romaanse toren op de viering van de kerk san Pedro. Het gehele gebouw oogt soberheid en eenvoud midden in een klein gehucht. Binnenin is het duister want weinig grote openingen in een romaanse kerk met een duidelijke vermenging van gewone romaanse kunst met zuilen en mooie kapitelen en met grote delen van muren of gewelven met geometrische Mudéjar baksteenmotieven. Het schemerduister brengt je tot rust en bezinning, vind ik. Het prachtige Christus beeld van Gregorio Fernández, een van de beste kunstenaars van de Spaanse barokbeelden, maakt een grote indruk op mij. Er zijn ook bijzonder mooie romaanse kapitelen. Een van de meest originele is "el capitel de 7 monjas" of het kapiteel waar 7 zusters / nonnen op zijn afgebeeld. Boven hun hoofd o.a. een vogel: de H. Geest? Er is ook een mooie kapiteel met een leeuw en een draak die elk een mens verslinden: het lot van de zondige mens? Midden in de kerk staat een muur met een ijzeren hek die het "slot"gedeelte van de zusters afsluit van de rest van kerk waar ook het altaar staat.

Een zuster is er orgel aan het oefenen terwijl ik er rondwandel. Ze stopt even, vraagt me van waar ik kom en ze vertelt me dat er nog slechts 9 zusters zijn. Ze zegt dat ik bij hen lekkere gebakjes kan kopen en dat doe ik dan graag. Ik neem van haat afscheid en verlaat de kerk terwijl ze verder oefent op het orgel...ter ere Gods...


Na dit bezoek fiets ik enkele kilometers naar de ander kant van Sahagun om er de 13de-eeuwse Ermita de la Virgen del Puente te bezoeken. Dit was ook een ziekenhuis voor pelgrims en voor lepra-lijders, ver genoeg (2 km) van de stad om besmetting te beperken. De baksteen motieven komen ook hier voor aan de buitenkant van deze kluizenaarswoning toegewijd aan Maria, bij een oude 12de-eeuwse romaanse Mudéjar brug over de Valderaduey rivier . De hermitage werd grondig gerestaureerd en opnieuw ingehuldigd in 2012. Vlakbij in een weide staan 2 beelden die het geografische midden van de camino de Santiago aanduiden. Daarop een verwijzing naar het belang van de orde van Cluny.



Even buiten Sahagun: Benedictinessenklooster van Las Dueñas (m) met de gewelven (r)en

een detail van het unieke Romaanse kapiteel van de 7 zusters (l)


Ik fiets terug naar het centrum van Sahagun. De Benedictijnen van Cluny, die naar hier werden gehaald door een koning van Castillia en Leon, hebben hier veel gebouwd. Van het grote San Bento klooster blijft echter alleen nog de grote 17de-eeuwse ingangspoort over waar je door rijdt bij het binnenkomen van de stad. Er is ook nog een stukje van het 7de-eeuwse klooster van San Facundo en San Primitovo over. Hun beelden staan in de nissen van de grote stadpoort. Volgens sommigen komt de naam Sahagun van een verbastering van de naam San Facundo.Het waren twee martelaren (3de eeuw?) die hier vermoord en daarna natuurlijk vereerd werden. Geleidelijk ontstond een kloostergemeenschap en verschillende opeenvolgende kloosters met visigotische, dan Mudéjar-romaanse, gotische en barokke gebouwen waarvan praktisch niets overschiet.

Omstreeks 970 werd zelf een (rijk) begijnhof gesticht voor adellijke vrouwen, onder de bescherming van Johannes de Doper. Begijnhoven zijn in feite typisch Vlaams.

Het koninklijke Benedictijnerklooster was een van de machtigste kloosters van het middeleeuwse christelijke Spanje. Door de eeuwen heen won het aan macht totdat het, ten tijde van Alfonso VI, een groep van meer dan negentig kloosters en kerken vertegenwoordigde. Er was toch ook veel weerstand en tegenkanting van de lokale bevolking en de stad. Het klooster kende een bewogen geschiedenis met o.a. veel branden en de grote aardbeving van Lissabon in 1755. De exclaustración (het buiten het klooster zetten van de monniken) van 1820 en de desamortización (ontbinding en in beslagname) door de staat van 1835 maakten definitief een einde aan het klooster.


Belangrijk is te onthouden dat je in Sahagun de beste voorbeelden van de Mozarabische kunst en van de Mudéjar kunst van geheel Europa kan zien. De bakstenen (Romaanse Mudéjar / Mozarabische ) soberheid van deze gebouwen spreekt veel mensen aan. Ik denk dat mijn drie engelbewaarders er ook van genoten hebben, ook al waren er weinig engelen te zien. Zij vonden vooral de praalwagens van de semana sancta bijzonder interessant. Het fijne aan de basksteenarchitectuur is dat die tijdens de warme dagen de warmte opslorpt, als je daar 's avonds langs loopt voel je de stralingswarmte.

In mijn kamer nuttig ik een eenvoudig maal van lokale kaas en (Spaanse!) ham en brood met een lekker fris biertje, een Spaanse madeleine als dessert: niets speciaal maar het doet me toch deugd.


Sahagun : Ruïnes van de oude benedictijnerabdij (m)

Even buiten Sahagun: de Ermita de la Virgen del Puente (l) en (r)



44 weergaven0 opmerkingen

Recente blogposts

Alles weergeven

Commentaires


bottom of page